Interview Gerrit Glas: IS2011
Internationaal Symposium 2011: The Future of Order
Een van de hoogtepunten tijdens het jubileumjaar van de Reformatorische Wijsbegeerte zal zijn het Internationaal Symposium, voor belangstellenden over de gehele wereld. Hoewel dit symposium een activiteit is die normaliter vijfjaarlijks terugkeert, zal die in 2011 nog klinkerder worden, gezien de mijlpaal. Zo zullen er sprekers komen als Roy Clouser, Nicholas Wolterstorff en René van Woudenberg. Daarom wordt, binnen een speciaal daarvoor opgezette commissie, al enige tijd hard gewerkt om dit symposium tot een bijzondere en onvergetelijke gebeurtenis te maken. Voorzitter van deze commissie is prof. Gerrit Glas, naast andere hoogleraarschappen en overige functies bezetter van de Dooyeweerd-leerstoel aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Graag interviewden wij hem, om u alvast een blik achter de schermen te geven van wat u bij het Internationaal Symposium 2011 kunt verwachten.
U geeft leiding aan de commissie die zich bezig houdt met de organisatie van het IS2011. Kunt u meer vertellen over de leden binnen deze commissie?
Leden van de commissie zijn Jonathan Chaplin, Govert Buijs, Hillie van der Streek en ikzelf. Dr. Jonathan Chaplin is sociaal- en politiek filosoof en momenteel directeur van het Kirby Laing Institute for Christian Ethics in Cambridge (GB). Jonathan doceert daarnaast aan de Vrije Universiteit binnen het Christian Studies of Science and Society (CSSS) programma. Govert Buijs is hoofddocent sociale- en politieke theorie aan de faculteit Filosofie van de Vrije Universiteit Amsterdam en coördinator van het CSSS programma. Hillie van de Streek is directeur van het Centrum voor Reformatorische Wijsbegeerte in Soest. Ik ben psychiater en filosoof, momenteel bezet ik een leerstoel Filosofische aspecten van de psychiatrie (Leiden Universiteit) en in christelijke filosofie (Dooyeweerd-leerstoel aan de Vrije Universiteit Amsterdam). Ik ben daarnaast praktiserend psychiater en directeur van Dimence, een geestelijke zorginstelling, onder meer gevestigd in Zwolle. We hebben daarnaast een breder publiek van filosofen en wetenschappers die fungeren als klankbord en bron van ideeën. Het globale kader en mogelijke richtingen voor verder onderzoek worden geëvalueerd door wetenschappers die specialist zijn op een specifiek gebied.
Wat is naar uw idee het kenmerkende van het Internationaal Symposium van de SRW? Met andere woorden: wat zullen we zien terugkeren?
Wat ik als onderscheidend zie bij de internationale conferenties van de reformatorisch-wijsgerige beweging is de gezamenlijke inspanningen en expliciete bereidheid om elkaar te treffen en diepgaande discussies te hebben over de betekenis van christelijk geloof voor filosofie, de wetenschappen, de vakgebieden en de maatschappij. Een ander belangrijk aspect is het contact. Sommige groepen en individuen werken relatief geïsoleerd. Heden is de reformatorische wijsbegeerte verspreid over vele landen en vertakt zich in vele richtingen. Individueel talent en voorkeuren, lokale omstandigheden, samenwerkingen met groepen bestaande uit verschillende religieuze en filosofische achtergronden, al deze factoren dragen bij aan verschillen in ontwikkeling, benadrukking en focus. De conferentie biedt een unieke kans om elkaar te ontmoeten, te begrijpen en van elkaar te leren.
Kunt u al een tipje van de sluier oplichten over het thema van het symposium en de te verwachten sprekers?
De werktitel van de conferentie is ‘The future of order’. We hebben het idee dat ontwikkelingen in zowel de levenswetenschappen als de sociale wetenschappen het onderwerp van orde (wet, universele principes) tot iets tijdelijks en bestrijdbaars maken. Biologie, en dan vooral de ontwikkelingen in de evolutietheorie, zijn vaak beschouwd als de laatste slag die is uitgedeeld aan de Aristoteliaan en het scholastische idee van een vast en voorgegeven wereldorde. Reformatorische wijsbegeerte, met de concepten van het recht, principes en creationele structuren, werden vaak gezien als een protestante variant van dit concept (wat niet zo is). Evolutionair denken leert in plaats daarvan dat de levende wereld zou moeten worden gezien als geheel toevallig. Als orde bestaat bestaat het uitsluitend als permanent veranderende orde. Het evolutionair concept van ‘orde’ beïnvloed niet alleen de biologie maar ook de antropologie, de geesteswetenschappen en filosofie. Aan de andere kant, de sociale wetenschappen zijn nog steeds onder de invloed van historicisme en postmodernisme met hun kritiek op orde en voorgegeven structuren. Onze maatschappij is pluralistisch, wat betekent dat er geen absolute regels en normen meer zijn. In het kort: zowel de evolutietheorie als sociale filosofie bestrijden de idee van voorgegeven normen, wetten en structuren; ze suggereren dat zulke normen, wetten en structuren niet bestaan en dat ze allen product van toeval, het proces van natuurlijke selectie of het product van menselijke constructie en subjectieve interpretatie zijn.
Reformatorische filosofen hebben altijd een onderscheid gemaakt tussen evolutionair denken als wetenschappelijke theorie en evolutietheorie als wereldbeschouwing, en tussen feitelijke pluraliteit en pluralisme al een wereldbeschouwing. Er is zelfs een uitgebreide interne discussie geweest over de natuur van wetten: is er een verschil tussen wetten en de wetszijde van de werkelijkheid; kunnen wetten veranderen; kunnen nieuwe wetten ‘opduiken’ in het proces van differentiatie en openbaarmaking van de werkelijkheid? Hoe belangrijk deze discussies ook waren, we moeten ook toegeven dat deze discussies niet afgerond zijn en dat nieuwe ontwikkelingen in de levens- en de sociale wetenschappen vragen om een hervat debat.
Op welke manier zal de Reformatorische Wijsbegeerte een plaats krijgen binnen het programma?
De onderwerpen die ik noemde bevinden zich in de kern van de reformatorische wijsbegeerte vanaf zijn ontstaan. Wat betekent het wanneer we zeggen dat God regeert via creërende wetten en normen, dat de natuurlijke en sociale wereld deze wetten en normen weerspiegelen en dat wij mensen hierop reageren? Deze vraag is beantwoord met de filosofie van de ‘wetsidee’. We moeten opnieuw nadenken over deze notie van de wetsidee in de context van een wereldwijd, en op dit moment bijzonder levendig, debat over de relatie tussen wetenschap en religie.
In hoeverre wordt dit symposium anders dan voorgaande keren, wanneer dit in relatie wordt gebracht met het jubileumjaar?
Ik denk dat de conferentie iets minder wereldbeschouwend en iets meer wetenschappelijk zal worden, zowel in filosofische als in wetenschappelijke zin. Er zal meer aandacht worden besteed aan specifieke wetenschappen. Aan de andere kant zal het verschil niet erg groot zijn. Het wetenschap-religiedebat heeft altijd centraal gestaan in de reformatorische filosofie. Het was Dooyeweerd die – ervan overtuigd dat elke wetenschap, inclusief filosofie, uiteindelijk geworteld is in een pre-theoretisch religieus perspectief – begon met de grote conceptuele vragen van filosofie en specifieke wetenschappen, werkend richting hun religieuze wortels. Ik geloof dat deze conferentie het werk van hem en Vollenhoven niet beter kan vieren dan door wederom te concentreren op deze diepere relatie tussen wetenschap en religie vanuit het perspectief van de idee van wet en orde.
Wanneer is het symposium naar uw idee geslaagd?
Het symposium is geslaagd wanneer aan drie criteria wordt voldaan: (a) wanneer we op zijn minst wat vooruitgang boeken wat betreft de notie van orde (en wetten) in de systematiek van de reformatorische wijsbegeerte, (b) wanneer we erin slagen om nieuwe platforms voor samenwerking te realiseren en (c) wanneer jonge wetenschappers zich aangetrokken gaan voelen tot en enthousiast worden over de traditie van de reformatorische wijsbegeerte.
Naar nieuwsoverzicht
|