Johannes Petrus Albertus Mekkes werd geboren in 1898 en stierf in 1987. Hij en zijn vrouw Johanna bleven kinderloos. Mekkes ging pas laat studeren, in 1932 begon hij met zijn studie, terwijl hij van 1933 tot 1940 adjudant van de Commandant van het Veldleger generaal W. Roëll was. Mekkes kwam door middel van zijn militaire opleiding aan de universiteit van Nijmegen, waar hij rechten ging studeren. Daar kreeg hij belangstelling voor de taak en de grenzen van de staat en kwam in aanraking met Wijsbegeerte der Wetsi-dee. Daar ontwikkelde hij een interesse in de christelijke filosofie. Hij deed zijn doctoraal examen in 1935 en promoveerde in 1940 bij H. Dooyeweerd op het proefschrift Proeve eener Critische Beschouwing van de Ontwikkeling der Humanistische Rechtsstaattheorieën. In Rotterdam had Mekkes al in 1947 een leerstoel gekregen, later zou hij er ook een krijgen in Eindhoven en Delft en werd hij benoemd tot hoogleraar in de Calvinistische Wijsbegeerte aan de universiteit van Leiden. Op 14 oktober 1949 hield hij zijn inaugurele rede: De Beteekenis van het Subject in de Moderne Waarde-Philosophie onder het Licht der Wetsidee. Hij verwerkte de opvattingen van Dooyeweerd tot zijn eigen stijl van filosoferen en hij heeft grote invloed gehad op de Re-formatorische Wijsbegeerte.
Van 1945 tot 1949 was hij redactiesecretaris van het blad Philosophia Reformata en in 1948 werd hij een vaste medewerker van het blad Polemios, waar hij veel samenwerkte met G. Puchinger. Hij schreef tijdens zijn 22-jarige hoogleraarschap meer dan 600 artikelen en 4 boeken. J. van der Hoe-ven noemde in Beweging: reformatorisch, wijsgierig, informatief 51 (1987) de teneur van deze werken kritisch en antithetisch. Mekkes schreef zijn laatste artikel in 1975, daarna leefde hij min of meer in afzondering. Hij werd slechts door enkele vrienden nog regelmatig bezocht. Na de dood van zijn vrouw in 1980 werd hij trouw door een aantal oudere dames verzorgd tot aan zijn sterfdag.
Van 1942 tot 1945 werd Mekkes door de Duitsers gevangen gehouden in het krijgsgevangenkamp Stanislau. Daar werd hij door medegevangenen gevraagd om ‘colleges’ te geven over wijsgerige onderwerpen. Een van zijn toehoorders in het gevangenkamp was H. Rookmaaker, die mede door het werk van Mekkes christen werd. In het najaar van 1944 ontving Mekkes een oorkonde van zijn toehoorders als dank voor de colleges.
Drie mannen die Mekkes, volgens hemzelf sterk hebben beïnvloed zijn de generaal Roëll, zijn promotor Dooyeweerd en zijn predikant Forget. Deze drie mannen waren zijn raadslieden, leiders en vrienden. Ook voelde Mek-kes zich verbonden met Groen van Prinsterer, omdat zij beiden streden voor een geestelijke strijd. In de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw was er een kerkelijke strijd gaande, waarbij er een nieuwe zijtak gerefor-meerden ontstond die later bekend werden als de gereformeerde kerken vrij-gemaakt. Mekkes was voor interkerkelijkheid en streed daar ook voor. Maar begin jaren vijftig verkondigde hij een eigen geestelijke boodschap: Christus – ‘de Meester’ in Mekkes’ bewoordingen – volgen. Dit was niet zozeer een nieuwe stellingname, maar een stellingname die niet gangbaar was in die tijd.
Mekkes streed tegen het opkomende materialisme en de daarmee gepaard gaande secularisatie van de cultuur. E. Schuurman wees er op dat de scherpte van Mekkes gepaard ging met hoffelijkheid. Hij bestreed geen per-sonen, maar hun visies. Mekkes sloot zich aan bij de Waalse gemeente in Den Haag, omdat de toenmalige predikant G. Forget het evangelie in al zijn diepte, volheid en consequentie bracht. In de politiek maakte Mekkes zich verdienstelijk voor de Antirevolutionaire partij, maar toen het richting CDA ging, vormde hij samen met anderen het NEV (het Nationaal Evangelisch Verband). Het NEV sloot een verbond met de GPV (Gereformeerd Politiek Verbond), maar toen daaruit geen nieuwe christelijke partij voortvloeide, sloot hij zich aan bij de RPF (Reformatorische Politieke Federatie).
Mekkes stond sympathiek tegenover de SSR studenten (de gereformeerde studentenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum), die streefden naar een inhoudsvolle confessioneel-gereformeerde SSR. Mekkes maakte zijn steun aan de SSR duidelijk door middel van het stuk ‘Open brief van Prof. Mekkes’ in Polemios 4 (1949). Om deze reden kreeg hij het erelidmaatschap van de SSR. In colleges waarschuwde hij de studenten voor ‘de eigenmachtige pretentie van het menselijk denken, van de rede, die over-heersend het geestelijk klimaat in wijsbegeerte en wetenschap bepaalde en nog bepaalt’. Ondanks het hoge moeilijkheidsgraad van zijn colleges werden die toch druk bezocht. Mekkes was krachtig en overtuigend in spreken en deed zijn werk met liefde. In zijn werk was de navolging aan de Meester duidelijk.
|