>> home >> agenda >> netschrift >> bijdragen

STELLINGEN
VOOR HET BREED BERAAD OP 29 SEPTEMBER 2000

door Prof. Dr. H.G. Geertsema

  1. De filosofische structuurtheorie van Dooyeweerd, i.c. de theorie van de modale aspecten en die van de individualiteitstructuren, hoezeer ook geworteld in Dooyeweerds bijbels-christelijke geloofsovertuiging, heeft als zodanig een theoretisch karakter:
    • Het bijbels-christelijke karakter blijkt vooral in de wil de kwalitatieve rijkdom en de structurele orde en verscheidenheid van de werkelijkheid als schepping van God tot zijn recht te laten komen in het besef van de gebrokenheid van deze werkelijkheid door het kwaad en in het geloof in de belofte van haar verlossing door Jezus Christus
    • Het theoretische blijkt enerzijds in Dooyeweerds interpretatie van het religieus verworteld zijn van de tijdelijke structuren van de werkelijkheid in een beweging van concentratie en divergentie, waarbij de idee van de boventijdelijke eenheid een onmisbare rol speelt (vgl. de transcendentale kritiek en haar uitwerking)
    • Het theoretische blijkt anderzijds daarin dat de theorie antwoord geeft op theoretische vragen van eenheid en verscheidenheid en op kernpunten als onherleidbaarheid van modale wetten en enkaptische structuurvervlechtingen aansluiting zoekt bij ontwikkelingen in wetenschappelijk onderzoek
    • Tenslotte kan in verband met het theoretische karakter gewezen worden op de verschillen tussen bij voorbeeld Dooyeweerd, Vollenhoven, Van Riessen en Smit op wezenlijke onderdelen van de theorie: aard van de wet, aard van de wetenschap, typering en aantal van de modale aspecten, opvatting van de tijd en van de geschiedenis.
  2. De filosofische structuurtheorie van Dooyeweerd is een uiterst vruchtbaar instrument zowel ter verheldering van situaties van menselijk handelen in het dagelijks leven als voor de interpretatie van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek in het bredere verband van de menselijke werkelijkheidservaring als geheel.
    • Deze vruchtbaarheid kan alleen blijvend zichtbaar worden als de filosofische structuurtheorie wordt ingebracht in het brede filosofische en maatschappelijke debat en niet slechts uitgewerkt wordt voor de eigen kring. Hiervoor is een vertaling nodig in termen van het debat zoals het in brede kring gevoerd wordt en wellicht ook een herziening op onderdelen. Dooyeweerd zelf heeft deze discussie wel beoogd maar is maar zeer ten dele in de realisering ervan geslaagd.
    • Wil deze discussie slagen dan is noodzakelijk dat ook de achtergrond van de religieus bepaalde werkelijkheidsperspectieven in het debat aan de orde komen (de intentie van Dooyeweerds transcendentale kritiek). Het gaat erom zowel het eigene van de filosofisch-wetenschappelijke discussie als de doorwerking van geloofsperspectieven tot hun recht te laten komen in hun onderling verband.
    • De spanning tussen enerzijds het uitwerken en vruchtbaar maken van de structuurtheorie en anderzijds het steeds opnieuw fundamenteel doordenken en ter discussie stellen van de basiselementen ervan is noodzakelijk voor een vruchtbare bijdrage aan het brede filosofische en maatschappelijke debat. Ook voor haar eigen vitaliteit is permanente openheid om de basiselementen opnieuw te doordenken in relatie tot ontwikkelingen in de filosofie, de wetenschappen en de samenleving als geheel, essentieel.
  3. Er zal een spanning blijven bestaan tussen enerzijds de potentiële vruchtbaarheid van de theorie zowel naar de wetenschappen als naar de samenleving en de daarmee gegeven opdracht en anderzijds de feitelijk zeer beperkte mogelijkheden vanwege het beperkte aantal mensen met hun beperkte mogelijkheden om de opdracht uit te voeren.


Alle teksten op deze site © copyright Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte.

Overige bijdragen Breed beraad
29-09-2000

J.D. Dengerink

A.K. Koekkoek

Email SRW