Herman Dooyeweerd (1894-1977), van kuyperiaanse komaf, studeerde rechten aan de VU, onder Colijn adjunct-directeur
van het wetenschappelijk partij-bureau van de Anti-Revolutionaire Partij, vanaf 1926 hoogleraar rechtsfilosofie, grondlegger
van de z.g. 'wijsbegeerte der wetsidee', zijn hoofdwerk (1935-1936) had gelijknamige titel en werd vanaf 1954 in het Engels
gepubliceerd als A new Critique of Theoretical Thought.
,,De in Christus vervulde Goddelijke openbaring, die zich tot de religieuze wortel van heel onze existentie, dus ook tot de
wortel van het wijsgerig denken richt, lost geen enkel wezenlijk immanent wijsgerig probleem voor ons op. juist omdat zij
in hare religieuze volheid het wijsgerig denken transcendeert.
Maar zij geeft ons in het wijsgerig denken de vaste richting op de ware zin-totaliteit en op de Archè, een richting, die dit
denken nimmer uit zichzelf kan vinden, maar die het als wijsgerig denken noodwendig behoeft, om zijn taak te vervullen. De
christelijke religie dringt niet uitwendig als een 'Deus ex machina' in het wijsgerig denken door, om ons in de openbaring
de autoritaire oplossing van wijsgerige problemen in de schoot te werpen. Zij brengt veeleer dit denken, dat door de zonde
van zijn zin-volheid is afgetrokken, tot een nieuw en vreugdevol leven, tot een nieuwe ontplooiing in harmonie met al onze
andere activiteiten in de kosmos.
Een wezenlijk christelijke wijsbegeerte kan niet zijn: immanentiefilosofie met uitwendige versiering van bijbelteksten.
Ze kan evenmin zijn: theologie als vakwetenschap. Ze is niet anders mogelijk dan in een radicale hervorming van het wijsgerig denken zelf.''