door prof. dr. ir. E. Schuurman
Al enige tijd is de aandacht voor de ethiek van het ondernemen
groeiende. Ondernemers
blijken een toenemende behoefte aan een ethische
bezinning op hun doen en laten te hebben.
Leerstoelen aan universiteiten worden
gevestigd en onderzoeksinstituten worden opgericht om de
aandacht voor het
ondernemen serieus te funderen.
Voor de groeiende belangstelling voor ethiek van het ondernemen zijn
verschillende redenen aanwezig. De kritiek die in het verleden op de onderneming
is uitgeoefend speelt een belangrijke rol, maar ook nieuwe ontwikkelingen en
nieuwe problemen.
De kritiek op de onderneming spitste zich vooral toe op
haar eenzijdigheid: in de onderneming zou het alleen maar om het behalen van
winst gaan; ook zou de onderneming inkomensverschillen in stand houden; zou de
gezagsstructuur van de onderneming verstikkend werken, en zouden de
werkomstandigheden vooral gedicteerd worden door de eisen van economie en
techniek. Ook zou de onderneming de grenzen van haar bevoegdheid meer dan eens
overschrijden en de maatschappij, het gezin, het dorp, de stad, de
landspolitiek, eenzijdig beïnvloeden.
Hoewel op zo'n opsomming heel
wat valt af te dingen, - de kritiek op de onderneming is veelal eenzijdig en
overtrokken - niet te ontkennen valt, dat in de kritiek - generaal gesproken -
een kern van waarheid schuil gaat. Overigens zou die kritiek nog altijd
ondergeschikt moeten zijn aan de waardering voor dat wat de ondernemingen aan
goeds heeft tot stand gebracht: werkgelegenheidsverhoging van het welvaartspeil,
enz.
De kritiek op de onderneming uit het verleden is echter niet de
belangrijkste reden om aandacht voor de ethiek van het ondernemen te vragen. Het
is ook een onderwerp met toekomst. De ethiek van het ondernemen als leer van
goed en kwaad richt zich ook op actuele thema's zoals natuurverwoesting, de
milieuvervuiling, de problemen van de afval van onze consumptiemaatschappij, en
niet te vergeten de groeiende complexiteit van bet ondernemen in samenhang met
een maatschappij die ook steeds ingewikkelder wordt. De bijna dramatische
dynamiek van vele ontwikkelingen en de mogelijke negatieve, veelal onverwachte
gevolgen daarvan, scheppen onzekerheid. Algemeen leeft terecht de gedachte dat
de blijvende gezondheid van een onderneming met een ethische bezinning gediend
is.
Overigens mene niemand dat in de toekomst met meer aandacht voor
ethiek eens en voor altijd het kwaad uit de ondernemingswereld zal zijn
verdwenen. De harde praktijk van de felle concurrentie zal het meer dan eens
blijven winnen van een ethisch gefundeerde visie en uitwerking. Misleiding en
schone schijn zullen zich blijven voordoen. Duidelijk voorbeeld daarvan is dat
momenteel in verband met toenemende zorg voor natuur en milieu vele produkten
als 'groen' worden aangeprezen. Immers 'groen' verkoopt goed. 'Waan van de dag'
kan blijkbaar ook in de onderneming misleidend werken.
In dit artikel
wil ik een aantal hoofdstromingen in de ethiek kort de revue laten passeren die
in het ondernemen wel voorkomen, maar er eigenlijk niet bij passen. Dat zijn
respectievelijk de doel-ethiek en de plicht-ethiek. Daarna zal de ethiek van het
ondernemen als de verantwoordelijkheids-ethiek aan de orde komen. De
verantwoordelijkheid binnen een onderneming zal vervolgens toegespitst worden op
verschillende onderdelen van het ondernemen. Omdat die ethiek meer dan eens niet
wordt gevolgd en de verantwoordelijke onderneming dus niet voldoende uitgroeit,
maar te kort schiet, zal de politiek regelend moeten optreden. Aan die politiek
zal ik dus niet voorbij kunnen.
Welke ethiek?
Wat
is ethiek precies? Ethiek is de wetenschap van het goede of verantwoorde
handelen van de mens, de wetenschap van normen en waarden die betrekking hebben
op dat handelen.
In zo'n korte omschrijving zitten inmiddels heel wat
problemen opgeborgen. Bijvoorbeeld de vraag: wat is goed, wat is verantwoord?
Daarover bestaat onder mensen allerminst overeenstemming. Dat is al eeuwenlang
het geval. Twee eeuwenoude en belangrijke stromingen in de ethiek maken dat
duidelijk. Dat zijn de stromingen waar de apostel Paulus al mee werd
geconfronteerd toen hij het Evangelie in Europa bracht. Dat is de ethiek van de
Epicureërs en die van de Stoïcijnen. De eersten zijn de
vertegenwoordigers van een doel-ethiek; de laatsten van een plicht-ethiek.
De
eerste stroming laat de vraag naar goed en kwaad beantwoorden door het doel dat
in het handelen wordt gerealiseerd. We spreken daarom ook wel van
resultaat-ethiek. De tweede stroming vraagt in het handelen aandacht voor het
goede begin, voor de start ervan. Vanaf het begin moet in het handelen
consequent worden vastgehouden aan bepaalde normen; daartoe is de handelende
mens verplicht. Daarom spreken we van plicht-ethiek, die ook wel
gezindheids-ethiek wordt genoemd.
Doel-ethiek
Met de vroegere Epicureërs hebben de doel-ethici van onze tijd
gemeen, dat voor beiden het resultaat van het handelen geldt. Dat was het
grootste nut oplevert, dat moet worden nagejaagd. We noemen deze ethiek in onze
tijd daarom ook wel utilisme. En om ontsporing in individualistische
richting te voorkomen, spreken we van sociaal utilisme. Het handelen moet een zo
groot mogelijk nut opleveren voor zoveel mogelijk mensen.
Het ligt voor de
hand dat deze utilistische ethiek - veelal onuitgesproken en onbewust - de
ethische grondhouding - het ethos - van het ondernemen heeft bepaald. Het
ondernemen is gericht op een resultaat dat zoveel mogelijk nut, i.c. winst voor
de onderneming moet opleveren.
Wanneer we deze utilistische ethiek in haar extreme vorm bekijken -
gelukkig komt ze in extreme vorm zelden voor dan blijkt dat deze ethiek voor het
ondernemen - en zeker voor het moderne ondernemen - ongeschikt is. Indien alle
handelingen worden bepaald door het nut, door het resultaat als doel, dan zullen
alle mogelijke en onmogelijke middelen worden ingezet om dat doel te bereiken.
Is het doel het beslissende, dan worden daarmee onevenwichtigheden geïntroduceerd.
Allereerst wordt het ondernemingsgebeuren ingekaderd in - en daarmee verengd tot
- het schema van doel en middel. Met een zo klein mogelijke input aan
grondstoffen, moet een zo hoog mogelijke output aan diensten en goederen worden
bereikt. De norm van de efficiëntie wordt aangelegd om die verhouding zo
gunstig mogelijk te laten zijn. Met de verabsolutering van de efficiëntie
als norm, worden andere gezichtspunten verwaarloosd. De middelen om het doel te
bereiken worden als louter instrument gezien. Zo zal er geen aandacht, zijn voor
de invloed die van het produktieproces op werknemer, milieu en omgeving uitgaat.
Afvalstoffen worden gemakkelijk gedeponeerd omdat ze geen bijdrage leveren aan
het bedrijfsresultaat. Dat wil ook zeggen dat de kosten van de produktie dus
niet allemaal in rekening worden gebracht. Alleen wat zich binnen het directe
kader van het bedrijf afspeelt, wordt verdisconteerd. Niet de eventuele schade
aan milieu en natuur die wordt aangericht. Vooral dat laatste is een dreiging
geworden sinds de moderne techniek - als voorbeeld zou te denken zijn aan de
chemische industrie - soms zeer schadelijke, giftige en meer dan eens
niet-afbreekbare afvalstoffen in het milieu achterlaat.
Eenzijdige aandacht
voor het te bereiken doel of resultaat van het ondernemen kan de ogen daarvoor
doen sluiten.
Juist het blindstaren op het doel of resultaat, dat als
heilig verklaren, zal er vervolgens aan meewerken dat door het verabsoluteerde
doel alle produktiemiddelen worden geheiligd. Dus ook in het interne
bedrijfsgebeuren doen zich dan ontsporingen voor de werknemer kan worden
beschouwd als een verlengstuk van de machine, waardoor zijn menselijkheid onder
druk komt te staan. Ook kunnen onverantwoorde risico's in het produktieproces
worden genomen, waardoor de betrouwbaarheid van te leveren produkten wordt
geschaad. De afnemer krijgt daarvan te zijner tijd de rekening gepresenteerd.
Ik zei al dat de utilistische ethiek in extreme vorm zou worden geschetst.
Gelukkig komt die zelden of nooit voor. Maar ook aangepast en gecorrigeerd,
blijven de nadelen gelden. Indien nut als het doel allesbeheersend is voor de
ondernemingsactiviteiten, maakt men zich minder zorgen over de manier waarop en
de weg waarlangs het doel wordt bereikt. Er is vanuit een utilistische ethiek
van meetaf aan gebrek aan een verantwoorde visie op het produktieproces. Onder
invloed van het utilisme groeit de onderneming scheef, roept ze allerlei
misstanden op die zich ook meer dan eens uiten in conflicten tussen de mensen
binnen het bedrijf en tussen het bedrijf en de omgeving. Deze situatie roept een
reactie op. Meer dan eens gaat men dan het pleit voeren voor de plicht-ethiek.
Plicht-ethiek
In de plicht-ethiek staat niet het eind van de produktieweg centraal, maar het
begin. In de plicht-ethiek telt niet in de eerste plaats het resultaat van
handelen maar de manier waarop of de gezindheid van waaruit het handelen of
ondernemen plaats vindt. In tegenstelling tot de doel-ethiek wordt hier dus alle
aandacht gegeven aan de weg waarlangs en de manier waarop geproduceerd wordt.
Daarbij komen vanzelfsprekend edele beginselen aan de orde. Dat is ook de winst
vergeleken met de doel-ethiek. De eenzijdigheid ervan is dat men niet aan de
gevolgen denkt. De plicht-ethiek is als het ware blind voor de toekomst.
Met deze ethiek zadelt men de onderneming met allerlei idealen op. die
uiteindelijk de structuur en continuiteit van de onderneming aantasten en dus
het ondernemen onmogelijk maken. De vraag bij de beoordeling van deze ethiek is
dan ook of er nog wel van een goed ondernemingsresultaat gesproken kan worden.
Laat ik twee voorbeelden noemen waaruit de ondeugdelijkheid van deze ethiek
voor het ondernemen blijkt. Wanneer men in, het ondernemen wil uitgaan van het
algemeen belang als fundamenteel principe of beginsel, dan vraagt dat van allen
die bij de onderneming betrokken zijn veel aandacht en energie, maar het
specifieke ondernemingsbelang raakt uit het vizier. Dat wil zeggen: van het hele
ondernemen komt tenslotte niets meer terecht. Tenzij men het ondernemen tot een
staatsonderneming maakt. Maar van zulke ondernemingen is nu ook juist bekend dat
ze star zijn, snel verouderen, weinig productief zijn etc.
Het tweede
voorbeeld is het beginsel van de directe democratie: ook wel
arbeiderszelfbestuur genoemd. Op zich is het beginsel van de
verantwoordelijkheid van de werknemer een groot goed, maar wanneer dat tot
allesbeheersend gezichtspunt wordt, leidt dit tot een vergadercultuur, waarbij
het ondernemen er volledig bij inschiet. In de jaren zestig en zeventig hebben
we van deze ethische gezindheid de mislukking aan de universiteiten gezien: er
ontstond een vergadercultuur, waarin van alles en nog wat over onderwijs en
studeren werd besloten, maar onderwezen en gestudeerd werd er niet meer. Regel
op regel werd gesteld. Een keurslijf van onvrijheid was het gevolg.
Kortom,
de plichtethiek gaat uit van een hoge ethische gezindheid, concretiseert die
gezindheid voortdurend in nieuwe regels of maatregelen, maar dat waar het
eigenlijk om behoort te gaan - het ondernemen -, wordt verwaarloosd. Vele
ondernemingen van (neo-)marxistische snit verkeren daarom vandaag ook in de
crisis.
Verantwoordelijkheids-ethiek
Wanneer we de
balans opmaken blijkt, dat zowel de doel-ethiek als de plicht-ethiek mank gaan
aan eenzijdigheden. Voor de ethiek van het ondernemen is blijkbaar een ander
concept nodig. In zo'n concept moet het om verantwoord ondernemen gaan, waarbij
zowel aan beginselen of normen, als aan resultaten of doelen recht wordt gedaan.
Beginselen en normen aan de ene kant mogen niet worden uitgespeeld tegen doelen
aan de andere kant. Bovendien moet in een ethiek van het ondernemen zowel aan de
interne structuur of aard van de onderneming als aan de externe relaties van de
onderneming aandacht gegeven worden. Daarom is het veel passender om voor het
ondernemen van verantwoordelijkheids-ethiek te spreken.
Het woord verantwoordelijkheid
is erg geschikt omdat het uitdrukt dat iedereen die bij de onderneming betrokken
is, zich in zijn handelen verwijzend, je zou kunnen zeggen als
rentmeester, moet gedragen. De grote betekenis daarvan komt hierin uit dat
het woord verantwoordelijkheid, zoals we dan wel zeggen, een dubbele bodem
heeft. Iedereen die bij een onderneming of bedrijf betrokken is, draagt niet
alleen verantwoordelijkheid, maar moet zich ook kunnen verantwoorden. Met andere
woorden, iedereen moet aangeven op grond van welke beginselen, normen,
maatstaven en doelen hij handelt en zijn aandeel levert in het
ondernemingsgebeuren.
Dat wil ook zeggen dat in de
verantwoordelijkheidsethiek meer dan in de andere ethische benaderingen ruimte
is voor 'roeping'. De ondernemer is zelfs van Godswege een geroepene om in het
ondernemen God te dienen en de naaste tot zegen te zijn. Dit is beslist geen
bijkomstigheid, maar vanwege de eenzijdige kritiek op het ondernemen zelfs een
noodzaak om te vermelden. In de roeping wordt, met andere woorden vooral de
positieve opdracht van het ondernemen benadrukt.
Er moet nog iets aan het
voorgaande worden toegevoegd: verantwoordelijkheid kan zo algemeen worden
ingevuld, dat de juiste inhoud ervan voor het ondernemingsgebeuren niet in zicht
komt. Daarom dient 'verantwoordelijkheid' passend te zijn bij de onderneming.
Het ligt voor de hand dat dat in een non-profit organisatie anders ligt dan in
een produktiegemeenschap. Heb je voor dergelijke verschillen geen oog, dan is de
verantwoordelijkheid niet meer specifiek of begrensd, maar zo algemeen, dat er
eigenlijk niets meer te toetsen valt.
Verantwoordelijkheidssektoren
van de onderneming
Om de verantwoordelijkheid van het ondernemen
meer te specificeren, zullen we wat nauwkeuriger naar een onderneming kijken.
Wat is een onderneming?
Een economisch verband waarin mensen in onderlinge
samenwerking, met behulp van beschikbaar gestelde middelen, goederen en diensten
voortbrengen - goederen of diensten moeten tegen een redelijke prijs te leveren
zijn en zinvolle arbeid moet eveneens redelijk worden beloond. Het verband van
een onderneming heeft een eigen, normatieve structuur, dat onmogelijk
ondergeschikt kan worden gemaakt aan het eigen belang van individuen of groepen.
Daarom is het in strijd met de verantwoordelijke onderneming dat er gehandeld
wordt naar het principe 'zaken zijn zaken', of dat goederen van een slechte
kwaliteit en geringe duurzaamheid worden voortgebracht. En het natuurlijk en
maatschappelijk milieu, waarbinnen de onderneming functioneert, mag niet worden
ontwricht of verstoord.
Wanneer we aan de externe relaties en aan de
interne structuur van de- onderneming voldoende aandacht geven, houdt dit een
erkenning van een scala aan verantwoordelijkheden in, zoals:
- Menselijke en rechtvaardige behandeling van werknemers en ontplooiing van hun
bekwaamheden;
- Leveren van produkten waaraan behoefte is en die
klanten veilig en nuttig kunnen gebruiken;
- Werken en produceren op
maatschappelijk aanvaardbare wijze
- Uiterst integere uitoefening van
het gehele bedrijf en leiding over de bedrijfsorganisatie;
- Zorgen
voor economisch rendement voor degenen van wie de onderneming geld gebruikt,
dus een
goed financieel beheer.
Met het idee van de verantwoordelijke
onderneming wordt dus de ondernemingsstructuur uitgedrukt die aan deze principes
voldoet en daarin een veelzijdige, maar specifieke
ondernemingsverantwoordelijkheid honoreert.
Nog eens samengevat: De verantwoordelijke onderneming schept de
voorwaarden voor efficiënte voortbrenging van goederen en diensten, beoogt
een goed financieel beheer, waarborgt een balans van rechtvaardigheid, maakt een
harmonieuze en continue ontwikkeling mogelijk. Ook zal de onderneming een goed
lid van een bredere gemeenschap willen zijn, in plaats van bijvoorbeeld een bron
van vervuiling en een oorzaak van slechte woonsituaties of arbeidssituaties.
Vooral moet er aandacht zijn voor de groeiende invloed van de onderneming op de
samenleving. De onderneming behoort met betrekking tot natuur en milieu een
zorgzaamheid aan de dag te leggen, die helend en genezend inwerkt op wat we
allemaal inmiddels aan schade hebben toegebracht.
Politiek
We moeten overigens erkennen dat het idee van de 'verantwoorde onderneming'
moeilijk in alle opzichten te realiseren valt. Dat was in het verleden zo en dat
geldt nu des te meer. Een vrije ondernemingsgewijze produktie laat zich in de
eerste plaats leiden door de markt en wil met het oog op behoud van een goede
concurrentiepositie de produktiekosten zo laag mogelijk houden. Wanneer de
concurrentie moordend is, kan er nauwelijks aandacht zijn voor de andere normen.
Uit de geschiedenis kennen we de voorbeelden van slechte arbeidsomstandigheden,
kinderarbeid, arbeidsonveiligheid etc. In onze tijd wordt duidelijk dat meestal
niet afdoende voldaan is aan natuur- en milieu-eisen.
Meer dan eens heeft
men bedrijfstakgewijs maatregelen genomen om de eenzijdigheid van de vrije
ondernemingsgewijze produktie te boven te komen. Meestal moest echter via de
politiek worden ingegrepen om ontsporingen in te perken en/of te corrigeren.
Ethisch juist handelen wordt dan juridisch afgedwongen.
In de loop van
de tijd bleek wetgeving met betrekking tot arbeid, sociale voorzieningen,
kapitaal, onderneming, vestigingsbeleid, prijsbeleid, natuur en milieu, en
produkt nodig. De overheid heeft daarmee een raamwerk gecreeerd om de
verantwoordelijke onderneming meer kansen te geven. Die kansen zullen vooral dan
slagen wanneer de wetgeving als ondersteuning van de 'verantwoordelijke
onderneming' wordt gezien en niet de mazen van de wet worden opgespoord om zich
aan de normen voor de verantwoordelijke onderneming te kunnen onttrekken.
Literatuur
- J. M. H. van Engelshoven, Ethiek en commerciele investeringen,
Groningen, 1990
- E. J. J. M. Kimman, Deugden in de directiekamer,
Van Gorcum, Assen, 1989
- H. J. L. van Luijk, In het belang van de
onderneming. Aantekeningen voor een
bedrijfsethiek, Eburo, Delft, 1985
- E. Schuurman. Filosofie van de technische wetenschappen,
Nijhoff, Leiden, 1990
- N. Vogelaar e.a., Ethiek in bedrijf, De
Vuurbaak, Barneveld, 1988
- Artikelen uit BEWEGING 82