>> home >> agenda >> colleges >> prof. Hoogland

Je geloof doet ertoe!

Interview met prof. dr. J. Hoogland

Jan Hoogland "Christen-zijn is wetenschappelijk niet achterhaald". Dit zegt prof. dr. Jan Hoogland, sinds 1997 bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte aan de Universiteit Twente.
Tijdens zijn studie sociologie maakte Jan Hoogland voor het eerst kennis met de reformatorische wijsbegeerte. Dat was in het begin niet eenvoudig, vertelt hij: "Ik vatte eerst niet goed waar het om ging. Ik kon maar moeilijk een verband leggen met mijn studie sociologie. Ook bleef ik met vragen zitten zoals: Waarom zijn er 15 aspecten en niet 20? Waarom onderscheidt men 4 grondmotieven en niet 7? Pas jaren na het afronden van mijn filosofie-studie werd ik gegrepen door de reformatorische wijsbegeerte. Ik ontdekte toen pas waar het Dooyeweerd om ging in zijn discussies met de filosofieën van Kant en van zijn eigen tijdgenoten: te laten zien dat de bindende kracht van de rede, waar alle verschillende filosofieën van uitgaan, ontleend wordt aan iets anders, aan iets dat buiten de rede ligt. En dat blijft in de wijsbegeerte onbesproken. Dooyeweerd probeert te laten zien dat de uitsluiting van een christelijke geloofsvisie in de hedendaagse wijsbegeerte is gebaseerd op een dogma, dat zichzelf als dogma aan het zicht probeert te onttrekken. Dooyeweerd richt zich op het religieuze uitgangspunt van àlle denken. Die gedachte is volgens mij de sleutel tot de reformatorische wijsbegeerte."

Scheppingsorde van God
In de reformatorische wijsbegeerte is altijd sterk benadrukt dat de wetenschap is gebonden aan Gods scheppingsorde. Daaraan ontleent ook het redelijke argument volgens Hoogland zijn kracht. Dat betekent dat ook niet-christelijke wetenschapsbeoefening waarheid kan opleveren: de orde van de geschapen werkelijkheid dringt zich aan het menselijke kenvermogen op. In deze gedachte ligt tevens een aanknopingspunt tegen een te sterk anti-thetische benadering van christelijke filosofie. Weliswaar confronteert Dooyeweerd de moderne filosofie met haar verborgen dogma, maar tegelijk probeert hij te zoeken naar dat wat alle filosofen en wetenschappers gemeenschappelijk hebben en wat onderling gesprek mogelijk maakt. Een te sterk anti-thetische benadering kan namelijk belemmerend werken. Tevens wekt het ten onrechte de suggestie dat het mogelijk is naast de 'neutrale' wetenschap een christelijke wetenschap te ontwikkelen. Dat lijkt Hoogland een onhaalbare pretentie. Dat hij geen technische studie heeft gevolgd acht Hoogland geen groot bezwaar, al ziet hij dat er een achterstand is ten opzichte van de 'traditionele' techniek-filosofen uit de kring van de reformatorische wijsbegeerte. Een niet-technische achtergrond kan echter ook een voordeel betekenen. Hij wijst erop dat techniek vaak met 'harde' wetenschap wordt geassocieerd, terwijl sociologie tot de 'zachte wetenschappen' behoort. Met de hardheid van de technologische wetenschappen valt het echter behoorlijk mee (of tegen), aldus Hoogland. De techniek wordt immers door mensen voortgebracht en zit ondanks de schijn van autonomie vol van ethische keuzemomenten. Onlangs werkte Hoogland mee aan een onderzoeksproject van het Lindeboom Instituut over marktwerking in de gezondheidszorg. Dat heeft hem nog meer de ogen geopend voor het belang van technologie, maar ook voor reductionisme en het streven naar beheersing. Er zijn mogelijkheden om vanuit een christelijk perspectief bij te dragen aan meer verantwoorde ontwikkeling van de techniek.

Werken in Twente
Het werken aan de Universiteit Twente lijkt Hoogland een uitdaging. "Nu al zijn de contacten in de vakgroep Systematische Wijsbegeerte hartelijk. Ik word uitgenodigd voor alle colloquia binnen de vakgroep. In een open sfeer wordt er stevig gediscussieerd over papers van de leden. Ik verwacht een echte dialoog" aldus Hoogland. Hij ziet ook uit naar de contacten met de studenten: "Het gaat erom dat ze vragen gaan stellen die in de eigen opleiding niet aan de orde komen. Juist die reflectie op onderbelichte zaken is nuttig." Daarbij ziet hij het als zijn taak te laten zien dat christen-zijn wetenschappelijk absoluut niet achterhaald is. "Het is goed te beseffen dat je als christen-student niet voor niks rondloopt in een academische omgeving en dat je geloof ertoe doet. Niet alleen voor je wetenschapsbeoefening, maar voor je hele aanwezigheid op een universiteit. Als christen sta je ergens voor, en dat is van groot belang in deze tijd", zegt Hoogland. Hij hoopt dat niet alleen christen-studenten de weg naar zijn colleges zullen weten te vinden. Hij probeert het college-programma daarom aantrekkelijk en uitdagend te maken. Daarbij zoekt hij datgene waar de reformatorische wijsbegeerte altijd al sterk op gericht is geweest: het gesprek.


Dit artikel is ook gepubliceerd in het informatiebulletin Aspecten, april 1997.
Aspecten wordt op verzoek gratis toegezonden aan donateurs en belangstellenden.
Mail ons voor toezending.

INTERVIEW

Email SRW