Het is feest bij de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte: alweer een nieuwe hoogleraar! En het is alweer geen vrouw. Gelukkig komt dr. Maarten Verkerk een eind in de richting… Als je zijn naam afkort, krijg je m/v, wat naast een afspiegeling van zijn persoon (mannelijk en vrouwelijk) ook de titel is van zijn boek over mens en relaties.
Voor wie twijfelt aan zijn mannelijkheid: Maarten studeerde chemie en promoveerde daarin, hoopt binnenkort voor de tweede maal te promoveren (bij prof. Schuurman en prof. Den Hertog), was directeur van diverse Philipsfabrieken en schreef analytische artikelen over technologische en organisatiekundige onderwerpen. Voor wie iets over de andere kant wil weten: Maarten heeft een vrouwelijke gevoeligheid voor relaties en het verschijnsel macht.
U hebt vorig jaar al een seizoen college gegeven in Rotterdam ter vervanging van prof. Kuiper. Hoe hebt u dat ervaren?
"Mijn colleges gingen over de ethiek van organisaties. Ik vond het bijzonder om te merken hoe eenzijdig studenten aan de Erasmus Universiteit worden opgeleid. Alle aandacht gaat naar de 'harde' economische vakken. Zij krijgen nauwelijks de 'menselijke' vakken psychologie en sociologie. Daardoor is hun denkkader smal. Alle studenten op college waren er heilig van overtuigd dat je een bedrijf puur vanuit een economische structuur moet opzetten. Ik heb ze laten zien dat de werkelijkheid veel complexer is: een organisatie wordt gevormd door mensen. En mensen zitten veel complexer in elkaar dan de economische wetenschap vaak aanneemt. Mensen hebben gevoelens, vinden sociale contacten belangrijk, hebben behoefte aan respect en liefde, en willen graag zin ervaren in hun werk. Al deze verschillende dimensies van het menszijn moeten we meenemen.
Ik kon hen ook laten zien hoe een puur economische benadering vastloopt. Als je kijkt naar de manier waarop de meeste productiebedrijven zijn georganiseerd, zie je aan de ene kant een summum van efficiency, maar aan de andere kant een hoog ziekteverzuim en een niet optimale kwaliteit.
Dat verraadt een spanning, die aangeeft dat er meer is dan geld. Dat lijkt een open deur maar voor veel studenten was een eye-opener. We hebben een heel seizoen zeer geanimeerd met elkaar gediscussieerd."
Het lijkt mij ontmoedigend om te schermen met een begrip als complexiteit. De truc van wetenschap is toch juist om dingen te vereenvoudigen?
"De organisatie van een bedrijf wordt niet voor niets een 'black box' genoemd. Veel onttrekt zich aan waarneming. Het gevaar van het vereenvoudigen door de wetenschap is juist dat je de kern mist. Dat doe je als je een bedrijf reduceert tot een stuk techniek of tot een economisch verschijnsel. Techniek is bijzonder complex. Maar menselijke organisaties zijn nog complexer. Ik vind het een uitdaging om juist deze complexiteit te onderzoeken en te beschrijven. De aspectenleer van de reformatorische wijsbegeerte is daarbij zeer behulpzaam omdat ze recht doet aan de volheid en verscheidenheid van de schepping. Ook levert het een goed inzicht in de structuur van techniek en van organisaties. Niet alles kun je vereenvoudigen. Juist omdat organisaties uit mensen bestaan kun je die niet vereenvoudigen tot een puur technologisch of een puur economisch gebeuren. ."
Maar daar is toch geen beginnen aan, als je mensen met al hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden, goede en kwade bedoelingen bij je bezinning wilt betrekken?
"Het wordt inderdaad wel heel ingewikkeld, en dat is ook niet altijd gemakkelijk, want nadenken wordt dan echt zwoegen en ploeteren, maar toch denk ik dat de complexiteit essentieel is. Precies wat je noemt: goede en kwade bedoelingen onderzoeken. Er is veel kwaad, ook in bedrijven, en het wordt stelselmatig buiten beschouwing gelaten. Kwaad dat niet alleen in de mensen zelf zit maar ook in de structuur en de cultuur van een organisatie. Er is een enorme dynamiek tussen vertrouwen en macht. Ik heb leiding gegeven in fabrieken met een sterk hiërarchische structuur. Werknemers kregen zo weinig mogelijk bevoegdheid (macht). Dan krijg je als manager wantrouwen cadeau. Alle communicatie verloopt op een gegeven moment in de sfeer van wantrouwen. Een manager gaat spierballentaal gebruiken: 'Ik accepteer niet langer een uitval van zoveel procent'.
Werknemers vatten dat begrijpelijk niet op als een uitnodiging om beter of gemotiveerder te werken, maar zien dat als een bedreiging. Zij gaan voor zichzelf en ook onderling heel slim zaken verdoezelen, bij de instelling van machines, bij rapportages. Zij zorgen er wel voor dat hen geen verwijt kan worden gemaakt. Zo kom je in een negatieve spiraal die uiteindelijk tot de ondergang van een bedrijf kan lijden. En niet alleen ondergang; sommige bedrijven zijn moeilijk of eigenlijk niet over te nemen, omdat de manager niet te vervangen is. Denk aan groten als Berlusconi en Murdoch. Dat zijn typisch mensen die alle macht aan zichzelf hebben gehouden. En dan heb je dus geen macht. Je krijgt alleen maar macht door macht te delen. Door vertrouwen te geven aan mensen die onder je staan."
Beschrijft u eens een organisatie waar wel vertrouwen is.
"Naast een slechte ervaring bij Philips heb ik ook een heel goede gekend. Een fabriek waar de medewerkers goed op de hoogte waren van de eisen van de klant, waar werknemers veel invloed hadden op de gang van zaken in de organisatie, en waar medewerkers werden betrokken bij allerlei beslissingen. Een fabriek waar een klimaat was waarin werknemers hun fouten durfden melden als er iets mis ging in de productie. En waar mensen fouten mogen maken, bespaar je veel geld. Geld voor onderzoek en geld voor voortgaande kwaliteitsvermindering.
Maar vertrouwen is natuurlijk meer dan een economisch of psychisch verschijnsel. Het heeft een heel eigen karakter. Dooyeweerd heeft ergens gezegd: het vertrouwensaspect of geloofsaspect is het licht waardoor de werkelijkheid zichtbaar wordt. Toegepast op een bedrijf: door mensen vertrouwen te geven, worden ze ook zelf verantwoordelijk, denken en praten ze mee over veiligheid, kwaliteit, ethische codes enz."
Met het thema vertrouwen-macht waarop u binnenkort promoveert, bouwt u verder op het werk van uw voorganger, professor Schuurman.
"Ja, Schuurman is ook niet voor niets mijn promotor, want veel van mijn inzichten heb ik aan zijn onderwijs te danken. Schuurman heeft het thema macht vooral op cultuurfilosofische wijze uitgediept: het beheersingsstreven van de mens waarmee hij de werkelijkheid naar zijn hand wil zetten. Ik ben met het thema meer vanuit de organisatie bezig. Professor van Riessen heeft daartoe ooit een enkele aanzet gegeven in zijn boek Mondigheid en de machten. Maar verder heeft Van Riessen zich vooral beziggehouden met het verschijnsel techniek. In mijn proefschift geef ik een reformatorisch-wijsgerige analyse van (technische) organisaties. Daarmee vul ik een belangrijke lacune op.
Draagt uw proefschrift bij aan de reformatie van de wetenschap? Want dat is toch de doelstelling van de reformatorische wijsbegeerte?
"Laat ik voorop stellen dat ik absoluut geen moeite heb met de pretenties of ferme uitgangspunten van de reformatorische wijsbegeerte, want die prikkel zit in je vraag. Wetenschap begint namelijk niet met nadenken maar met luisteren; luisteren naar de stem van God. De stem van God in de schepping én de stem van God in de Bijbel. Er zijn twee risico's: dat je als weetenschapper alleen maar bezig bent met wetmatigheden en die tot absolute norm verheft. Het andere risico is dat je als christen alleen bijbelteksten serieus wilt nemen. Voor mij is reformatie van de wetenschap dat je én luistert naar Gods stem in de schpping én Gods stem in de Bijbel. Dat heb ik in mijn proefschrift gedaan: ik heb gereflecteerd op mijn ervaring als manager en de wetmatigheden die ik gezien heb. Daardoor ben ik met andere ogen bijbelgedeelten gaan lezen die over macht en vertrouwen gaan. En ik heb gemerkt hoe verfrissend dat is."
En dat leidde tot een verrassende mensvisie in uw proefschrift die voor u wordt getypeerd door barmhartigheid en rust.
"Naast de menselijke waardigheid als beelddrager Gods (waar Psalm 8 over spreekt) en wat is gaan heten het cultuurmandaat, zijn voor mij barmhartigheid en shalom wezenlijke pijlers van mijn mensvisie. Ik vind dat een manager zijn mensvisie moet expliciteren omdat hij daarmee aangeeft wat hem ten diepste drijft en waarop hij aanspreekbaar is.
Ik merkte zelf dat ik als ik langs al die honderden werknemers liep aan de lopende band dat ik getroffen werd. Een gevoel van 'Wat een pijn! Wat een verdriet!'. Dat gevoel moet je niet wegstoppen. Dat deed Jezus ook niet. Er staat regelmatig dat Jezus met ontferming werd bewogen als hij de schare zag. Ik vind dat managers ook op deze manier geconfronteerd moeten worden met de praktijk.
Ten slotte vind ik het woord shalom zeer wezenlijk voor mens en organisatie. De bijbel kent het profetische perspectief op arbeid: het rusten van de arbeid, het zitten onder de eigen vijgenboom, het drinken van de wijn. Dat is het concept van God zelf, die niet alle macht aan zichzelf heeft gehouden, maar die de mens in vertrouwen heeft genomen en verantwoordelijkheid gaf.
Dat is een nogal vergaande visie om te verdedigen bij een niet-christelijke promotor als prof. Den Hertog in Maastricht.
"Prof. De Hertog heeft mij steeds uitgedaagd om de relevantie van het christelijke geloof voor de wereld van management en organisatie te laten zien. Juist omdat ik vanuit de praktijk ben gaan nadenken heb ik op bijzonder constructieve wijze met hem over deze vergaande visie kunnen discussieren. Datzelfde hoop ik ook te bereiken met de studenten in Eindhoven. Ik wil ze laten zien dat deze christelijke kernnoties relevant zijn voor hun werk als christen in de maatschappij, of ze nu onderzoeker worden of manager of iets anders."
Promotie prof.dr. Maarten Verkerk, 16 september, 16:00 uur - Universiteit Maastricht.
Trust and Power on the Shop Floor. An ethnographical, ethical and philosophical study on responsible behaviour in industrial organisations.
Het werk van Maarten Verker aan de Technische Universiteit Eindhoven is ongesubsidieerd. U kunt hem welkom heten en steunen met een gift.
M/V
Als christen van de babyboomgeneratie liep Maarten Verkerk aan tegen een probleem waar wel meer generatiegenoten mee tobden: hij trouwde terwijl zijn vrouw nog student was. Dat viel slecht bij studiegenoten op de universiteit: (welke vrouw gaat er nu trouwen?). Het viel ook slecht binnen de kerk (welke vrouw gaat er nu studeren?). Maarten koos voor een traditionele oplossing van dit probleem: hij las alle bestaande feministische literatuur, bestudeerde alle bijbelteksten over de rol van man en vrouw (inclusief de grondtekst), raadpleegde alle kerkvaders over die bijbelteksten, studeerde filosofie om alle voorgaande literatuur goed te kunnen beoordelen en schreef tenslotte een boek. Dat boek voltooide hij precies op tijd: toen zijn oudste zoon de huwbare leeftijd bereikte en student werd.
Het boek dient als lesmateriaal op sommige (hoge)scholen.