[/41MS1]

PSYCHOLOGIE EN ZIELELEVEN.

 

Lezing van Professor Dr. Vollenhoven d.d. 19 April 1941.

 

Psalm 121:1 en 2.

2 Thess. 2.

 

Mijnheer de Voorzitter. Broeders en Zusters.

 

Zoals is aangekondigd, hoop ik vanmiddag tot U te spreken over het onderwerp: Psychologie en Zieleleven.

Deze titel wekt misschien bij enkelen een misverstand. Allicht is er iemand onder U, die vermoedt, dat het zal gaan over zelfanalyse en over de betekenis daarvan voor de vroomheid. En anderen, meer modernen, denken bij het doorlezen van die titel misschien aan de spanning in de tegenwoordige tijd, in de tegenwoordige wetenschap, tussen wetenschap en leven. Psychologie is immers wetenschap! Zieleleven daarentegen behoort bij het leven. En het is tegenwoordig gewoonte om als het ware er van uit te gaan, dat de wetenschap de dood is voor het leven en het leven de wetenschap niet kan verdragen.

Beide opvattingen omtrent deze titel zijn echter niet juist. Zeker, wetenschap en leven, die twee dekken elkaar niet. Maar ik geloof toch ook niet, dat tussen die twee een spanning bestaat in de geest, zoals ik zoeven omschreef. En ook dat andere is niet bedoeld. Het gaat hier niet om een min of meer deskundige zelfanalyse, en nog minder acht ik het bijzonder vruchtbaar om hier te spreken over de betekenis van een min of meer deskundige zelfanalyse voor het leven in de dienst van God. Trouwens, dan zouden wij dat toch ook zo niet noemen. Waarom dan te spreken van zieleleven, alsof de ziel hier bij het concrete leven ooit van het lichaam los ware te denken!

Maar genoeg over mogelijke misverstanden! Laat ik thans overgaan tot datgene, wat ik met U allen wil bespreken. Ter zake dus en positief.

 

Psychologie en Zieleleven.

 

Die titel versta ik zo, dat ik twee onderwerpen te behandelen en het verband tussen die twee U duidelijk te maken heb. Vandaar dat mijm thema als vanzelf in drieën uiteen valt en ik achtereenvolgens heb te vragen:

1. Wat is psychologie?

2. Wat is zieleleven?

3. Wat is de wederzijdse verhouding van die twee?

 

1. Wat is psychologie?

 

Psychologie is wetenschap. Het woord zelf duidt het al aan. Het is de logos, het denken en het spreken over het psychische. Want deze woorden hebben meest de betekenis, dat het gaat over een wetenschappelijk denken en spreken. En dat is hier ook inderdaad het geval. Nu heeft de wetenschap tot taak de grootheid van God te onderzoeken in de fijnheid van de structuren van zijn maaksel. En dus heeft ook de psychologie haar doel in deze richting te zoeken.

Intussen, zij is niet de wetenschap. Onder de wetenschappen die danig zijn overschat behoort inzonderheid wel de psychologie. Men geeft haar niet zelden uit voor de wetenschap; wel niet omtrent de mens in zijn geheel, maar dan toch wel omtrent de mens wat het voornaamste deel [/41MS2] van hem betreft. Ik geloof, dat deze opvatting niet juist is.

Vervolgens wilde ik psychologie omschrijven als wetenschap omtrent het psychische. Zo komt vanzelf de vraag aan de orde: Wat hebben wij onder dat psyschische te verstaan. Het ligt in de geschapen wereld. En nu hebben wij deze vragen: Waar? Waar het voorkomt, en in welke verhoudingen dat psychische staat.

Bij het geschapene hebben wij allereerst te onderscheiden hemel en aarde. En bij het aardse verschillende rijken, de plantenwereld, het dierenrijk en de mensheid. In al deze rijken hebt ge nog een grote verscheidenheid van individuele dingen. De ene steen is niet de andere, twee planten verschillen onderling. Ook bij twee dieren zijn individuele verschillen en evenzo bij de mensheid.

Al het geschapene staat onder de wet Gods, die door God is gesteld boven al het geschapene en de grens is tussen Hem en de Schepping. Onze God houdt Zich aan die wet. Dat God Zich aan die wet houdt is een kwestie van trouw Zijnerzijds. Van trouw aan Zijn werk. En wij zijn gebonden aan die wet. Daaraan onderworpen. Maar daarnaast hebt ge individuele verschillen. Al die rijken verschillen naar de wet die daarvoor geldt, maar binnen die rijken ziet ge nog telkens dat het ene het andere niet is.

De eerste vraag is wel: Hoe is de verhouding tussen wetmatigheid en individualiteit? Wij kunnen over die twee afzonderlijk spreken, omdat wij die twee kunnen onderscheiden. Maar te scheiden zijn ze niet. Wel onderscheiding is hier mogelijk, maar scheiding is uitgesloten.

Men heeft wel eens gedacht, dat hier ook scheiding mogelijk was, ja, dat men het zo mocht voorstellen, dat er oorspronkelijk zouden bestaan een zekere wetmatigheid en een zekere individualiteit en dat het geschapene is samengesteld uit een verbinding van die twee. Dan krijgt men een algemene plantensoort en een begin van individualiteit en door de verbinding van die twee zou dan een plant zijn ontstaan. Dan is er een algemeen menselijke natuur, en een begin van individualiteit en door de verbinding daarvan zou de mens ontstaan.

Dat is echter oosterse speculatie, het Westen heeft zich altijd tegen deze opvatting omtrent de verhouding van individualiteit en wetmatigheid verzet.

Intussen is het niet zo, dat wetmatigheid een ding opzichzelf is. Wetmatigheid is een onderworpen zijn aan de wet, maar altijd van individuele dingen. Daarom is wetmatigheid altijd weer een functie van individuele dingen, en daarom zien wij ze niet naast elkaar maar zien we ze kruislings.

Hoe staat het nu met de wet? De wet heeft te onderzoeken wetmatigheid, maar dan dus altijd wetmatigheid van individuele dingen.

En nu is er een groot verschil in wetmatigheid.

Alle dingen zijn onderworpen aan de wet van meer en minder. Aan de wet voor het meer en minder zijn. Alle dingen hebben een arithmetische functie, zoals we kunnen zeggen.

Verder hebben ze allen een ruimtelijke functie, ze zijn hier, ze zijn daar, ze zijn uitgebreid, ze zijn continu, ze hebben een ruimtelijke vorm.

Ze hebben allen een fysische functie. Dat ziet ge maar niet zo met het blote oog. Dat glas met water staat stil voor mijn waarnemingen. Maar ik mag toch geen ogenblik vergeten dat ook dat blad deelneemt aan de beweging van de wereld. Dat het daar staat op die tafel, en dat het op die tafel rust is daarmee niet in strijd. Want de beweging van die tafel en dat blad is precies dezelfde. Waarnemen doet ge alleen een beweging, wanneer de snelheid daarvan verschilt van die van de omgeving. Ge ziet een fiets, een tram voorbijgaan, de snelheid waarmee de totale wereld beweegt is een andere dan die waarmee de [/41MS3] fietser beweegt. Daarom neemt ge waar, dat de fietser beweegt en ziet ge die tram langs U heengaan. Maar dat de wereld beweegt ziet ge niet, omdat ge zelf met haar beweegt. Zo is alles aan de wet van de beweging onderworpen, ook wanneer we dat niet kunnen waarnemen. Deze wetten gelden voor alle dingen, daarna komen er wetten die in zekere zin alleen voor bepaalde dingen gelden.

Bij een steen kan ik spreken van meer en minder, van ruimte en beweging, maar ik kan bij een steen niet onderscheiden wortel en kroon. Het heeft geen zin bij een delfstof van organen te spreken. Dat kan ik wel doen bij een plant. Een plant heeft dus iets, dat aan een steen ontbreekt. Een plant is meer dan een steen.

Ik ga nu nog een stap verder en kom bij het gevoelsleven. Een plant heeft geen gevoel, een dier en een mens daarentegen wel. Reeds de practische kijk van iedereen weet dat en verstaat dat. Wanneer een landbouwer van plan is een boom om te kappen op zijn erf, die zijn kamer teveel licht beneemt, en hij heeft al enkele houwen met de bijl in de stam gedaan, dan vindt hij het niet zo heel erg, wanneer dat werk plotseling zou moeten worden afgebroken, bijvoorbeeld doordat er iemand komt om hem te spreken, en de bijl blijft daar liggen aan de wortel van die boom tot de volgende dag of misschien zelfs nog later. Niemand die zich daarom bekreunt. Niemand die een ogenblik met medelijden aan die boom zou denken. Een boom voelt niet, een boom heeft geen pijn. Maar welke veehouder zal zoiets uithalen met zijn vee? Ieder voelt dat dat wreed zou zijn.

En zo is de naieve ervaring al verder dan de valse wijsbegeerte, want indertijd beweerde men dat een dier geen gevoel had. Wat wijsbegeerte het practisch leven toch bederven kan!

Welnu, gevoel hebben dieren en mensen. Dat voelen nu is het psychische en de psychologie, die over dat psychische heeft te handelen, heeft dus te spreken over het psychische bij dieren en mensen. Vandaar dat de psychologie als vanzelf uiteen valt in twee takken: die van het dieren en die van het mensenleven.

Wil dat nu zeggen dat dieren en mensen in dat psychische precies hetzelfde zijn? In het geheel niet. Ook dat aanvaardt niemand. Het heeft zin om te spreken van pijn bij het dier. Maar daarom stelt ge uzelf toch niet op een hoogte met het dier. Ook de man van de practijk en de vrouw van de practijk weet, dat de mens veel fijner voelt dan het dier, dat het gevoelsleven van de mens veel fijner is.

Hoe komt dat? In het practische leven is het niet een zegen om zich te isoleren. Mits ge niet in die relaties opgaat, zal het leven rijker worden naarmate ge in meer relaties staat. Het grote gezin brengt meer relaties mee dan het kleine. Zo is het bij de ouders en bij de kinderen. Het kind dat zich isoleert wordt eenzelvig, maar het kind dat zoals men dat zegt, sociaal meleeft, is rijker in die verscheidenheid in de omgeving.

Welnu, zo is het ook in zeker opzicht met het psychische bij de mensen. Het psychische bij het dier staat in verband met al die andere functies die ik zoeven noemde. Met de arithmetische, de ruimtelijke, de fysische bewegingsfunctie. Maar dan is het in zekere zin bij het dier ook uit.

Anders bij de mens. Bij het dier is het gevoel het hoogste, bij de mens allerminst.

Een mens kan denken. Niet zomaar met het geheugen een spoor onthouden maar echt denken, realiseren, onderscheiden, de resultaten daarvan vasthouden, daarop verder bouwen.

Een mens is bovendien een historisch wezen. Daar zit in zijn leven, al is dat waarlijk niet het hoogste toch iets van macht, van beheersing van zijn omgeving. Een mens heeft een hand, en wat dat betekent leren wij in [/41MS4] deze dagen toch wel te verstaan, waar wij telkens weer verbaasd zijn over de wonderen van de techniek.

Verder, een mens spreekt, heeft een taalleven, een rijk gevarieerd taalleven.

Een mens heeft een sociaal leven, heeft omgangsvormen.

Een mens heeft een economisch leven. Het economisch leven speelt bij ons allen een grote rol. Het vergt tegenwoordig wel bijzonder onze aandacht, maar het is er toch altijd geweest.

Wij hebben een aesthetisch leven. Wij weten van schoonheid en van heerlijkheid, wij hebben een aesthetische behoefte, die bevrediging vraagt. Die behoefte mag bij de een groter en levendiger zijn dan de ander, ontbreken doet zij nergens.

Al verder: wij hebben een juridisch leven, dat is gezinsrecht, staatsrecht, kerkrecht.

Wij hebben een ethisch leven, denk slechts aan de verhouding van aardse liefde in het gezin, van vriendschap, van bloedverwantschap.

En eindelijk, wij hebben een mystiek leven, een geloofsleven. Ik denk bij dat geloofsleven niet uitsluitend aan kerkelijk leven, geloofsleven is er bij ieder mens. Als Paulus zegt: "Het geloof is een gave Gods", en daarbij wel degelijk denkt aan de gave van Christus, dan is dat niet in tegenspraak met wat ik zoeven zei, want Paulus schrijft dat als apostel aan de gemeente van Christus, en als hij aan zo'n gemeente over geloof schrijft, is dat vanzelf het Christelijk geloof. Paulus is daar niet wetenschappelijk bezig, maar als een practisch apostel, en zoals de prediking in uw midden telkens weer spreekt over het geloof zonder er uitdrukkelifk Christelijk geloof bij te zeggen, zo doet Paulus dat ook. Maar als wij wetenschappelijk de dingen heel scherp en duidelijk voor ons zelf willen zeggen, dan hebben wij toch te onderscheiden. Mystiek leven is er bij ieder mens, ieder gelooft, hecht geloof aan een zekere woordopenbaring, langs hoeveel lijnen van de traditie die misschien ook tot hem is gekomen. Een lid van een heidense stam hecht aan gebruiken, die indertijd zijn ingesteld door de priesters of valse profeten, hecht aan een woordopenbaring, zij het dan ook aan een vermeende, een valse. Alleen wat de richting betreft wijken ze van elkaar af, rechts en links, staan ze antithetisch tegenover elkaar. En dan noemen wij het geloof van een heiden ongeloof. Maar dan typeren wij het, dan blameren wij het, en daar hebben wij ook gelijk in, want ook Gods Woord spreekt daar zo over.

Welnu, al die functies heffen de mens wel hoog boven het dier uit. Met al die functies houdt het gevoelsleven van de mens verband, dat zijn dus niet maar lagere functies, waarmee dat gevoel in verband staat, maar ook en nog meer zelfs hogere functies.

Dat gevoel staat dus niet alleen in contact met een lagere wereld, maar ook met een hogere wereld binnen het menselijk leven, daardoor is het veel rijker. Bovendien is het, waar het in verband staat met het lagere leven anders. Men heeft vroeger wel eens gezegd: Het denken is het hogere, en het govoel is het lagere, en dan knipte men dat psychische leven in tweeën, en dat hogere is dan een plus, dat is er bij ons bijgekomen. En dat is totaal fout, want ook dat lagere psychisch leven is bij de mens anders dan bij het dier. Zeker, het staat in verband met een drietal lagere functies, het is op die lagere functies gericht. Pijn hebben bij een mens is analoog met pijn bij de dieren, en toch is er verschil. Want ook dat lagere is anders bij een mens dan gif een dier, ons organisch leven is veel fijner dan bij de dierenwereld, en het gevoel dat daarmee in verband staat is dus ook, wanneer het zich op dat lagere richt, veel fijner gedifferentieerd.

Daar zijn enkele ziekten, die zowel bij mensen als bij dieren voorkomen. Bij hogere dieren hebt ge telkens organen, die we kunnen vergelijken met organen bij de mens. Bij een paard zijn bijvoorbeeld duidelijk de nieren [/41MS5] aan te wijzen, en daar is ook een ziekte als nierontsteking bij zulke dieren mogelijk. Maar nu de pijn. Nierontsteking en niersteen veroorzaken ook bij het paard hevige pijn evenals bij de mens. Maar dan hoort ge wel eens van een paard, dat de brits heeft stukgetrapt van pijn, maar van een mens die dat deed met zijn ledikant hebt ge waarschijnlijk nooit gehoord. Wij dragen onze pijn anders.

Hoe komt dat? Wel, ik zou niet durven zeggen dat wij minder pijn hebben dan het dier, maar wij zijn anders. Juist omdat dat psychische leven niet alleen in verband staat met dat fijner georganiseerd zijn, maar ook met dat andere. Omdat wij niet alleen voelen, maar tegelijk ook denken. Omdat het gevoelsleven tegelijk ook op het denken is aangelegd. Omdat, terwijl wij pijn hebben, wij alweer aan andere dingen denken. B.v. aan onze omgeving, die wij toch niet teveel in de war willen brengen met onze smartkreten. Dus dragen wij het anders. Wij geven niet zo toe aan onze smart.

En in de derde plaats: Dat gevoel in de mens staat niet alleen in verband met meer functies, het staat niet alleen anders in verband met dezelfde functies, maar dat gevoel is het gevoel van een mens, en een mens heeft een hart! En bij dat woord hart denk ik niet aan een bepaald orgaan, want dat hebt ge bij de hogere dieren ook wel. Maar bij hart denk ik dan aan hart in de zin van centrum van het menselijk leven, dat bepaalt in welke richting ge gaat, rechts of links. Van de richting van dat hart hangt af, of we leven met God in het verbond, dan wel of we voortdurend van Hem afwijken en zwervend ons leven gaan. En dat, die religie, die hebt ge bij het dier niet. Ik zeg niet dat het dier met die dingen niets te maken heeft, want ook het dier is een schepsel van God, maar dat, wat wij religie moemen, hebt ge alleen bij de mens.

Welnu, en dat hart beheerst heel ons leven, ook ons gevoelsleven. Het gevoelsleven van een Christen is anders dan dat van een niet-Christen. Zeker, bij beiden kunnen op dat gevoel dezelfde indrukken werken. Denk maar eens aan de omstandigheden waarin wij op het ogenblik leven; ook ons gevoelsleven wordt bestormd met allerlei indrukken, en wij moeten niet doen, alsof wij als Christen boven al die smarten verheven zijn. Wij zijn geen Stoicijnen. Job heeft wel gezegd: "Och, dat mijn oog water werd!" en "Och, dat mijn verdriet gewogen werd in een weegschaal." En ook Christus heeft geklaagd aan het kruis.

Maar toch draagt een Christen het anders dan een niet-Christen. (wordt vervolgd...)