[/50b1]
DRINGEND NOODZAKELIJK
Wanneer iemand de belangen van de Stichting bepleit, kan hij soms de opmerking vernemen: Is dit werk nu wel zo nodig?
Het opperen van deze bedenking schrijve men niet steeds aan verkeerde motieven toe. In iedere huishouding zijn immers uitgaven, die onmogelijk achterwege kunnen blijven, en andere, op welke, al dragen zij allerminst het karakter van luxe, toch desnoods bespaard kan worden. Ook in de arbeid voor het Koninkrijk Gods is ten deze enige onderscheiding gewenst. En waar wijsbegeerte niet ieder ligt en bovendien het doceren van hoogleraren nu eenmaal niet een timmeren aan de weg is, zodat men daarvan weinig hoort, valt het te verstaan, dat deze vraag ook met betrekking tot ons werk wordt gesteld.
Vandaar dat we graag eens op haar ingaan.
In de eerste plaats; wijsbegeerte valt voor diepere studie kortweg niet te missen.
Zeker, in de praxis brengt men het met levenswijsheid en met die kennis, die zich op mensen en zaken in hun geheel richt, een flink eind. Maar een leidinggevende positie vergt, dat, wie haar inneemt, een bepaald gebied ten deze onder de knie heeft. Hoe meer tijd men in zijn jeugd aan een dergelijke studie besteedt, des te groter zal de rente zijn, die de jaren van voorbereiding later afwerpen. Doch iedere vakwetenschap heeft haar grenzen: het veld van haar onderzoek houdt immers verband met al de overige. Verliest men dit uit het oog, dan dreigt het gevaar van specialisering, waarbij aan ieder de eis wordt gesteld alle details van een bepaald onderdeel haarfijn te weten, maar het gebied als geheel niet meer wordt gezien. Een eenzijdigheid, die niet slechts theoretisch bedenkelijk moet heten, maar zich, getuige tal van erbarmelijke dwaasheden, ook in de praktijk bitter wreekt.
Hier nu heeft juist de wijsbegeerte een preventieve taak. Ook zij is wetenschap en dus iets anders dan praktische levenswijsheid. Anderzijds echter verschilt zij van de vakwetenschappen. En juist doordat zij geen van beide is, kan zij de brug tussen die twee slaan.
De wijsbegeerte doet dit zowel in haar systematisch deel als in haar bezinning op eigen verleden.
Wat de systematiek betreft, scherpt zij de blik voor het geheel. Daarom vergt zij, dat de beoefenaars van de vakwetenschappen van meet af methodisch te werk gaan, wat deze alleen kunnen, zolang als zij zich de grenzen van het terrein van hun studie bewust blijven, wat weer slechts mogelijk is, wanneer zij zien, wat dit gebied typeert en waar en hoe het aan de velden van onderzoek van de andere vakwetenschappen grenst. Terwijl de filosofie aan het eind de resultaten, als vrucht van vakwetenschappelijk werk geboekt, weer tot een geheel verbindt.
Door deze blik op het geheel staat de wijsbegeerte dichter dan de vakwetenschappen bij de praktische levenswijsheid. Zo bevreemdt het niet, dat een van de meest vooraanstaande figuren uit onze kring, die zelf met beide voeten in de praktijk staat, toen hij over ons werk kwam te spreken, in dit verband onlangs opmerkte, dat juist de specialisatie dit werk met de dag noodzakelijker maakt.
Maar ook inzake de geschiedenis heeft de wijsbegeerte een belangrijk woord te spreken. De wieg van de meeste vakwetenschappen stond in de woning van de filosofie. Daardoor zijn juist die begrippen, welke in de vakwetenschappen de oudste brieven bezitten, meestal slechts te verstaan bij het licht van de geschiedenis van de wijsbegeerte. Reeds daarom is een helder inzicht in haar ontwikkelingsgang allerminst een luxe artikel. Vrijwel hetzelfde intussen geldt inzake de praxis. Men denke slechts aan de vooral tegenwoordig verwarrende verscheidenheid van stromingen in sociale en economische verhoudingen in kunst en politiek, in het ethische en kerkelijke leven. In dit alles nu werken niet zelden oude wijsgerige themata, die echter meer dan eens niet of nauwelijks worden onderkend. Vandaar dat het voor het verstaan van eigen tijd een eerste behoefte mag heten aan de hand van een betrouwbare gids ook iets van de geschiedenis van de wijsbegeerte op te steken.
In deze dubbele behoefte nu behoort een universiteit, die zichzelf respecteert, te voorzien. Gelijk de Vrije Universiteit dan ook sinds haar oprichting heeft gedaan.
Aan de neutrale inrichtingen voor Hoger Onderwijs is iets dergelijks echter uiteraard niet mogelijk. Want wijsbegeerte kan slechts van uit een bepaalde visie op leven en wereld worden gegeven. En waar aan bedoelde Universiteiten en Hogescholen deze eenheid in visie ver te zoeken is, valt hier aan een onderwijs, gelijk dat aan de Vrije Universiteit gegeven wordt, kortweg niet te denken. Tenzij dan dat men, naar het voorbeeld van Rotterdam, het volgen van enig wijsgerig onderricht verplicht stelt, maar de studenten het recht geeft, daarbij een docent van eigen richting te volgen.
In beide gevallen nu voorziet de regeling inzake de [/50b2] bijzondere leerstoelen aan dergelijke inrichtingen. En van deze regeling maakt een Stichting als de onze gebruik, om de studenten in hun niet geringe moeilijkheden enigermate te helpen.
Geheel gelukt dit uiteraard niet. Wie goed studeren wil moet principieel studeren. En dit kan een calvinist slechts daar, waar althans een poging wordt gewaagd, alle wetenschappelijke problemen te zien bij het licht van Gods Woord. Maar de Vrije Universiteit, die juist dit beoogt, is nog steeds verre van volledig, zodat niet weinigen verplicht zijn elders te studeren om hun doel te bereiken. Men denke hier aan onze indologen, technici, sociologen, medici of studenten in een van de moderne talen; al deze groepen moeten het niet slechts zonder calvinistische wetenschap doen, maar hebben jarenlang dagelijks een onderwijs te volgen, dat niet zelden lijnrecht indruist tegen wat ons van Godswege is geopenbaard.
Voor hen nu is ons werk een ware uitkomst. Zo valt het te verstaan, dat de vader van een van deze studenten, toen aan de betreffende inrichting voor Hoger Onderwijs een van onze katheders bezet werd, constateerde, dat het meer dan tijd was. En een ander onlangs zich beklaagde, omdat de Gemeente-universiteit van Amsterdam en Wageningen nog niet aan de beurt zijn.
Daarbij komt nog iets anders.
De neutrale inrichtingen voor Hoger Onderwijs in ons land worden slechts voor een klein percentage door calvinisten bevolkt: de overgrote meerderheid van haar studenten stamt uit niet-calvinistisch en zeker de helft zelfs uit niet-christelijk milieu.
Juist op het leven van deze jongeren nu werken de irrationalistische en niet zelden nihilistische tendenzen van onze tijd het sterkst in. Laat men hen in deze branding aan zichzelf over, dan dreigt menig leven onder te gaan, dat door tijdig ingrijpen nog had kunnen worden gered. En iedere debacle uit deze kring wreekt zich straks mede aan ons volksbestaan.
Ook hier kan het werk van onze Stichting van niet weinig nut zijn. Want elke katheder, door haar opgericht en bezet, betekent een nieuwe mogelijkheid van contact met deze groep, aan welke langs deze weg de betekenis van het Evangelie voor het antwoord op de meest centrale kwesties van leven en wetenschap duidelijk kan worden gemaakt.
Een prachtgelegenheid dus voor evangelisatie, juist onder hen, die in de toekomst aan ons volk leiding zullen geven, en op een manier, die precies past bij de studieweg door hen gevolgd. Het was deze zijde van ons werk, die iemand kort geleden de verzuchting deed slaken: Dat men dit niet eerder heeft gezien!
Nu kan men natuurlijk opmerken, dat het hier niet slechts om een zien van de taak gaat: een dergelijk werk moet ook mogelijk zijn, wat vergt, dat aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan. Zo was het oprichten van bijzondere leerstoelen, als hier bedoeld, voor KUYPER s wet op het Hoger Onderwijs van 1904 kortweg uitgesloten. Een tweede voorwaarde, aan welke niet viel te tornen, was de bredere uitwerking van een calvinistische wijsbegeerte. En tenslotte moesten er mannen zijn, voor dit werk bevoegd en geschikt. Maar nu dit alles ons door de trouw Gods geschonken werd, is het dan ook niet verantwoord, de kansen, die thans voor het grijpen liggen ongebruikt te laten.
Vandaar dat we pogen telkens een stap verder te komen. En op de vraag: Is dit werk nu wel zo nodig? vrijmoedig antwoorden: Het is zelfs dringend noodzakelijk . [50b2]