[/51f]

DE KATHEDER TE DELFT

Terwijl we een vorig maal onze lezers nog tot geduld moesten manen, omdat er inzake Delft nog geen nader nieuws was, mogen we hun thans melden, dat het, blijkens het Koninklijk Besluit van 23 Juni 1951 (Staatsblad Nr 247), met de toewijzing van een katheder aan de Technische Hogeschool in orde is: op de aanvrage der Stichting, ook daar een leerstoel te mogen vestigen, heeft de Kroon gunstig beschikt.

Een wel zeer verheugend bericht!

In de eerste plaats voor de Delfse studenten. Want hoewel de behoefte aan een compensatie voor de eenzijdige oriëntering aan de techniek reeds jarenlang door hen werd beseft, kon deze tot nu toe slechts in uiterst geringe mate worden bevredigd: noch een wintercursus van enkele lezingen, zoals indertijd het IDENBURG-fonds hun bracht, noch een reeks van colleges in het kader van het Studium generale voorzien in het tekort aan constante leiding, die ook en vooral bij geregeld voortgezette beginselstudie nodig is.

Maar ook voor de Stichting en hare vrienden is het nu afgekomen Besluit een bron van bijzondere vreugde. Want daarmee kreeg zij de beschikking over een vijfde katheder, en dat terwijl zij haar werk nog slechts hoed vier jaar geleden aanving! En ook ditmaal behoeft de toegewezen leerstoel waarschijnlijk niet lang onbezet te blijven. Reeds kon het Bestuur, gehoord het advies van Curatoren, iemand voor deze post aanwijzen. De publicatie van de naam moet nog even wachten: daar de betrokkene niet in de Faculteit promoveerde onder welke de wijsbegeerte ressorteert, vergt de benoeming nog de Koninklijke bekrachtiging.

Helaas vormt de vijfde katheder in een opzicht een tegenstelling met de overige: haar financiële basis is nog niet voltooid. En dat terwijl het werk reeds bij het begin van de komende cursus dient te beginnen. Laten we toch toezien, dat deze zorg geen beletsel oplevere voort te varen! Daarom moge een ieder, die onze Stichting steunt, niet slechts zelf haar trouw blijven, maar ook anderen voor hetzelfde doel werven. Opdat deze zaak 1 September a.s. voor elkaar zij.

Want het tot nu toe bereikte moge ons uitermate dankbaar stemmen, gereed zijn we nog allerminst: ook Wageningen en de Gemeenteuniversiteit van Amsterdam vergen dringend onze aandacht! D. H. TH. VOLLENHOVEN. [51f//]