[/51j]

OOK DE VijFDE KATHEDER BEZET!

Een vorig maal konden we onze lezers wel verheugen met de mededeling, dat ook de leerstoel te Delft ons was toegekend en dat het Bestuur, gehoord het advies van Curatoren, tevens reeds voor deze katheder iemand had aangewezen. Maar de naam van de benoemde konden we toen nog niet vermelden: daar hij in een andere Faculteit promoveerde dan die tot welke de wijsbegeerte, die hij te doceren kreeg, behoort, moest eerst de Koninklijke bekrachtiging van deze benoeming worden aangevraagd.

Sindsdien zijn we niet weinig verder gekomen. Dr Ir H. VAN RIESSEN kon, mede dank zij de vlot verleende medewerking van de Senaat der Technische Hogeschool, al de 24en October j.l. te Delft zijn intrede doen.

Dat de thans reeds opgetredene voor deze leerstoel de meest aangewezene was, zal ieder duidelijk zijn. Te Delft kan de Calvinistische wijsbegeerte immers slechts in nauw verband met de techniek gedoceerd worden. Voor zulk een speciale taak is natuurlijk een eerste vereiste, dat de betreffende docent zelf zowel een technische als een wijsgerige opleiding ontving. Welnu, de nieuwbenoemde studeerde eerst te Delft, waar hij de ingenieurstitel verdreeg, en verwierf later aan de Vrije Universiteit de doctorsbul. Nu was dit doctoraat wel is waar een in de Wis- en Natuurkunde, maar het proefschrift, waarop de jonge doctor promoveerde, was, gelijk reeds de titel "Filosofie en techniek" getuigt, sterk aan de wijsbegeerte georiënteerd. Zo hadden de Colleges der Stichting weinig moeite met de beantwoording van de vraag, hoe de Delftsen leerstoel te bezetten.

Meer last heeft hun de regeling der inauguratie bezorgd, voorzover deze althans hun aanging. Het was natuurlijk zaak, dat al wie het werk der Stichting op enigerlei wijze steunt tijdig van de komende plechtigheid op de hoogte was. Anderzijds verdiende het aanbeveling niet te breken met de mos, die bepaalt, dat nieuwbenoemde hoogleraren aan de Technise Hogeschool hun ambt in de kleine, maar intieme Aula van deze inrichting aanvaarden. De combinatie van deze eisen leidde tot een regeling bij welke onze donateurs en begunstigers een kennisgeving ontvingen gepaard met het verzoek ons te melden of men voornemens was te komen. Later, toen get aantal van hen die deze plechtigheid wilde bijwonen voor de beschikbare ruimte nog te groot bleek, moest echter hun die zich hadden opgegeven bericht worden, dat het openhouden van een plaats niet kon worden gegarandeerd. We verstaan de teleurstelling, die laatstbedoeld bericht voor hen die zo warm met ons meleefden inhield, maar donken moeilijk anders, wilden we hun de nog grotere deceptie van een vergeefse reis besparen: de Aula bleek inderdaad meer dan bezet.

Het was een zeldzaam mooi uur. Dit onderwerp paste goed bij de te aanvaarden taak en de uitwerking was prachtig afgestemd op het gehoor. Zo kunnen we niet anders dan met blijdschap en dankbaarheid op deze plechtigheid terugzien.

Deze dank geldt in de eerste plaats Hem, Die ons de weelde schenkt ook dit werk voor Hem te mogen doen. Wie weet, hoe groot in een kring, waar het leven in de eerste plaats aan de bevordering van de techniek gewijd is, het gevaar der cultuuroverschatting is, zal de noodzakelijkheid juist van dit onderdeel van onze taak inzien. En dan getuige van get danvankelijd slagen te mogen zijn!

Een woord van dank mag echter ook niet achterwege blijven voor hen die door hun jaarlijkse bijdragen deze benoeming mogelijk maakten. Inzonderheid stemt het tot diepe blijdschap, dat bij een werk als dit de leden der kerkelijk zo verscheurde Gereformeerde gezindte toch elkaar weer vinden om in een politiek sterk geschokte en economisch uiterst moeilijke tijd samen iets tot stand te brengen en, naar we vertrouwen, ook in stand te houden, dat voor de toekomst van ons volk van onberekenbare invloed kan blijken.

Zij geeft hun een spoorslag, ook elders de handen in elkaar te slaan! D. H. TH. VOLLENHOVEN [51j//]