[/52b]

DE ZESDE KATHEDER

Een vorig maal zette ik, onder hetzelfde hoofdje, de motieven uiteen, welke Bestuur en Curatoren der Stichting, na ampele overweging, er toe brachten met betrekking tot de nog resterende inrichtingen voor Openbaar onderwijs in de eerste plaats op het verkrijgen van een katheder aan de Stedelijke universiteit van Amsterdam aan te koersen. Ook kon ik toen reeds mededelen, dat het Bestuur, Curatoren gehoord, bij het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam het verzoek indiende, tot de oprichting van een leerstoel te worden toegelaten. In dit geval berust de beslissing te deze nl. bij de Raad der gemeente Amsterdam en niet, zoals ten aanzien van de reeds bezette katheders aan de Rijksuniversiteiten, bij de Kroon.

Op het ogenblik valt over dit punt weinig naders te zeggen. Bevreemdend is dat niet: de vertraging van het vorige nummer der Mededelingen heeft ten gevolge, dat sinds ik bedoeldartikeltje schreef nauwelijks enige maanden verliepen. En de behandeling van een dergelijke aanvrage kost steeds geruime tijd.

Men oefene te deze dus vooralsnog enig geduld. En vergete intussen deze uiterst belangrijke zaak niet: niet in de propaganda, en nog minder in het gebed tot Hem, Wiens triumferend komen in deze wereld het uitzicht heeft geopend op het verdrijven van al datgene, wat wij niet in onze hand hebben, maar wat, indien we het rustig in Zijn hand weten, Hij in de onze kan doen overgaan.

HET ONDERLING CONTACT

Uiteraard dienen we behalve op uitbreiding op consolidatie van ons werk bedacht te zijn.

In dit verband moge met blijdschap tweeërlei contact worden vermeld. In de eerste plaats de jaarlijkse bijeenkomst van Bestuur en Curatoren met de hoogleraren der Stichting, welke ditmaal de 18en October j.l. plaats vond. En voorts de geregeld plaats vindende vergaderingen van de Coetus der docenten, waar allen die de Calvinistische wijsbegeerte hebben te onderwijzen, met elkaar de moeilijkheden bespreken op welke zij bij studie en onderricht stuiten.

EEN GOEDE WijZIGING

Ofschoon formeel en financieel streng gescheiden, staat de Stichting zakelijk uiteraard in nauw contact met de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte: zonder de laatste was de eerste nauwelijks mogelijk en harerzijds ziet de Vereniging in de leerstoelen der Stichting belangrijke steunpunten voor haar werk. Vandaar dat op de jaarlijkse bijeenkomst der Vereniging ook steeds de Stichting ter sprake komt.

Tot nu toe geschiedde dit uitsluitend in de huishoudelijke jaarvergadering, die aan de avond van de eerste van onze toogdagen in het begin van Januari gehouden wordt. Deze regeling bevredigt echter niet ten volle. De jaarvergadering wordt immers niet slechts door de leden der Vereniging, maar eveneens door haar donateurs en begunstigers, alsmede door de donateurs en begunstigers der Stichting Leerstoelen bijgewoond. En ook onder deze groepen ontmoet men niet weinigen die zich voor de Stichting veel en vaak tijdrovende inspanning getroosten. Deze u missen de gelegenheid bedoelde samenkomst te bezoeken. Met het oog op hen heeft get Bestuur der Vereniging onlangs dan ook besloten, dat mede op het publieke deel der jaarvergadering, dus op de middag van de eerste dag, de zaak der Stichting aan de orde zal komen. Alsdan zal een lid van de leidende Colleges der Stichting de gelegenheid hebben een enkel woord over haar werk te zeggen en hen, die op dat punt een vraag hebben te stellen, te beantwoorden. Een en ander zal niet te veel tijd mogen nemen: voorkomen dient te worden, dat het meestal zeer interessante debat over het referaat in de knel zou raken.

Ik kan niet anders dan een en ander hartelijk toejuichen. En spreek bij deze de wens uit, dat deze maatregel de bekendheid met en de belangstelling voor het werk der Stichting in niet onbelangrijke mate ten goede moge komen.[52b//]