[/54b]

BELANGRijKE MUTATIES

BESTUURSWijZIGINGEN

In de leidende Colleges van Stichting en Vereniging vonden, in verband met het verscheiden van Dr G.K. SCHOEP en het vertrek van Ds F. GUILLAUME naar Canada, een viertal mutaties plaats.

Het Bestuur van de Vereniging zag Dr SCHOEP vervangen door Drs W. K. VAN DijK te Groningen, een van de trouwe helpers van de overledene in diens werk voor de Medische Sectie, terwijl de plaats van Ds GUILLAUME werd ingenomen door de in onze kring reeds lang bekende en vertrouwde Ds D.G. VAN TEYLINGEN.

Voor het Curatorium van de Stichting, waarin Dr SCHOEP eveneens zitting had, werd in de vacature voorzien door de benoeming van Prof. Dr H. DOOYEWEERD.

Daar het lidmaatschap van Curatoruim en Stichtingsbestuur niet te verenigen zijn, trad Prof. DOOYEWEERD in laatstbedoelde kwaliteit af. De daardoor in het Bestuur ontstane vacature wordt niet vervuld: op deze wijze kon het aantal van de Bestuursleden, dat kort geleden met een was gestegen, weer op het oude niveau komen.

Als vice-voorzitter van het Stichtingsbestuur werd Prof. DOOYEWEERD door Prof. Dr C. C. JONKER vervangen.

Hoe betrekkelijk talrijk deze wijzigingen ook zijn, in de koers van het werk brengen zij gelukkig niet de minste verandering. En ook de geest van hartelijke samenwerking in de leidinggevende Colleges zal ongetwijfeld dezelfde blijven.

DE NIEUWE BENOEMING VAN PROF. ZUIDEMA AAN DE VRijE UNIVERSITEIT

Kort voor de zomervacantie bracht de pers de mededeling, dat Directeuren van de Verening voor Hoger Onderwijs op Gereformeerden grondslag Prof. Dr S. U. ZUIDEMA, die aan de Vrije Universiteit sedert 1948 buitengewoon hoogleraar was, tot ordinarius hadden benoemd.

Het zal wel niemand bevreemden, wanneer ik bij het memoreren van dit persbericht verklaar me van tweeën gedrongen te voelen.

Enerzijds is deze benoeming in meer dan een opzicht verblijdend.

In de eerste plaats voor onze Vrije Universiteit, inzonderheid voor de Filosofische Sectie van de Faculteit van Letteren en Wijsbegeerte. Voor insiders was het nl. geen geheim, dat deze Sectie de laatste jaren overbelast was: zij heeft immers niet slechts het onderwijs in de wijsbegeerte van eigen Faculteit te verzorgen, maar eveneens de filosofische propaedeuse van de andere Faculteiten, terwijl ook de theoretische psychologie en de geschiedenis van deze wetenschap voor haar rekening komen. Daarom mocht versterking niet langer achterwege blijven. En het lag voor de hand, dat Directeuren en Curatoren deze in de bevoordering van Prof. ZUIDEMA tot ordinarius zochten.

Maar ook Prof. ZUIDEMA zal van deze benoeming met voldoening hebben kennis genomen. Het werk, hem in 1948 aan de V.U. toevertrouwd, werd immers reeds een paar jaar later uitgebreid met een opdracht voor de Economische Faculteit en ook een vermeerdering van colleges in de eigen Sectie, welke in 1952 haar beslag kreeg, kwam in feite op zijn schouders te drukken. Daarom verheugen we ons ook terwille van hem in deze benoeming.

Toch is deze blijdschap niet onvermengd. Want de uitbreiding van zijn taak aan de Vrije Universiteit heeft Prof. ZUIDEMA genoopt aan Bestuur van de Stichting te vragen, hem van zijn taak te Utrecht te ontheffen. En het Bestuur kon in de gegeven omstandigheden de inwilliging van dit verzoek moeilijk weigeren. Derhalve zal het aandeel, dat Prof. ZUIDEMA in het werk van de Stichting heeft, binnenkort kleiner worden.

Gelukkig is het zeker niet noodzakelijk, dat de band tussen hem en de Stichting totaal verbroken wordt. Over de wijze waarop dit facet van de zaak in de nabije toekomst kan worden geregeld, moet het Bestuur zich nog beraden. Zodra dit punt is afgewerkt, hopen we onze lezers daarover in te lichten.

PROF. DR K. J. POPMA OOK BijZONDER HOOGLERAAR TE UTRECHT

De aan prof. ZUIDEMA verleende ontheffing had als direct gevolg, dat de Utrechtse katheder van de Stichting vacant werd.

Het Bestuur stelde er prijs op, deze plaats weer zo spoedig mogelijk te bezetten. Curatoren gingen met deze wens accoord en droegen Prof. POPMA ook voor deze katheder voor. Overeenkomstig dit advies heeft het Bestuur onlangs de klassicus onder onze docewnten met ingang van 1 Januari a.s. tot bijzonder hoogleraar vanwege de Stichting aan de Rijksuniversiteit in de Domstad benoemd.

Door deze beslissing heeft nu ook Prof. POPMA, evenals Prof. MEKKES, sinds diens benoeming te Leiden, voor de Stichting een dubbele opdracht. Wie iets kent van de moeilijkheden welke de wekelijkse overschakeling uit het werk van een leraar naar dat van een hoogleraar medebrengt, zal de nieuwbenoemde met deze gang van zaken van harte gelukwensen.

Moge het Prof. POPMA gegeven zijn de taak, die hem in het centrum des lands wacht, met dezelfde toewijding en blijdschap te vervullen, die zijn activiteit te Groningen kenmerken. En zij hij ook te Utrecht ons volk ten zegen. [54b//]