[/55e1]

ONS DOEL

Het is reeds acht jaar geleden, dat de "Stichting Bijzondere leerstoelen voor Calvinsitische wijsbegeerte" werd opgericht. Grote bekendheid heeft zij echter nog niet verworven. Want telkens ontmoet men ook onder meelevende Protestantse Christenen iemand die zelfs van haar bestaan niet weet. Vanzelf staat het er dan ook met de kennis van haar doel niet best voor.

Dat doel is uitgedrukt in haar bredere naam: deze Stichting beoogt het oprichten en instandhouden van bijzondere leerstoelen in de Calvinistische wijsbegeerte aan de "neutrale" universiteiten en hogescholen.

Met de bezetting van zulke katheders to Leiden, Groningen, Utrecht, Delft en Rotterdam—ook Amsterdam, Wageningen en straks Eindhoven hopen we in de toekomst te kunnen voorzien—beogen we in de eerste plaats die Gereformeerde studenten, wier vakken nog aan de Vrije Universiteit ontbreken, aan de hoognodige principiele basis voor hun werk te helpen. Deze studenten hebben het immers moeilijk: wanneer zij ernst maken zowel met hun geloof als met hun studie, staan zij al heel spoedig voor het conflict tussen een hart, dat de God van hun jeugd trouw wil blijven, en een wetenschap, die meent onbevooroordeeld te zijn, maar in feite steunt op een systeem van begrippen, waarvan vele aan een uiterst hoogmoedige gedachtenwereld zijn ontleend. Vandaar dat reeds menigeen, die deze weg volgde, nimmer een zekere tweeslachtigheid te boven kwam en voor zijn omgeving vaak een raadsel en soms ook een ergernis was. Dat op deze wijze waardevolle krachten voor het protestants-Christelijk volksdeel in ons vaderland verloren gaan behoeft geen betoog.

Intussen beperken de docenten van onze Stichting zich niet tot het geven van colleges en het verstrekken van adviezen aan de studenten uit eigen kring: de bedoeling van hun werk is mede de vruchten van het Calvinisme op wijsgerig gebied te brengen aan hen, die van het woord Gods vervreemdden of zelfs nimmer daarmee in aanraking kwamen. Evangelisatie dus in een milieu, dat, naar het oordeel van wie het kennen, een dergelijke bewerking dringend nodig heeft.

Deze tweeledige taak is van buitengewoon belang. En daarbij gaan mijn gedachten niet uitsluitend uit naar de afzonderlijke studenten, maar ook naar ons volksleven: onder de studerenden van thans schuilen immers verscheidenen, die straks in ons nationale bestaan een invloedrijke post zullen bezetten. Men denke in dit verband slechts aan de betekenis van Bilderdijks werk te Leiden voor de geestelijke opwaking in ons volk omstreeks het midden van de vorige eeuw.

Wie dan ook meent sporen van verval in ons nationale leven op te merken—en die zijn er—houde in het oog, dat klagen niet verder brengt: wie iets wil bereiken pleite voor ons volk bij de God des verbonds en werke, ook langs deze weg, er toe mede, voorzover dit aan ons ligt, verdere inzinking te voorkomen.

Daarbij schrikke de term "wijsbegeerte" niet af. Filosofie is nu eenmaal de fundamentele wetenschap, die de vakstudie de weg moet wijzen en tevens zich heeft te bezinnen op de combinatie van de resultaten door de specialisten bereikt. Zij valt dus voor geen enkelen man van wetenschap in oudere of jongere generatie te missen.

Waarop het hier aankomt is dan ook slechts de vraag, in welke geest de wijsbegeerte wordt beoefend. Want meer dan de vakwetenschap steunt de filosofie op de levens- en wereldbeschouwing. Vandaar dat het fundamenteel verschil maakt of de wijsbegeerte op Calvinistische, dan wel op humanistische of ook op Rooms-Katholieke basis wordt beoefend en gedoceerd. Want terwijl de humanist aan de woordopenbaring iedere gelding ontzegt en de Rooms-Katholiek haar gezag veelal tot het gebied van "het bovennatuurlijke" beperkt, ziet de Calvinist het zo, dat de wetenschap bij haar onderzoek van de kosmos leeft bij het licht derzelfde Schrift, die ook voor zijn visie op wereld en leven en voor het persoonlijk bestaan het beslissende woord spreekt. In de overeenstemming van deze drie ligt dan ook de weelde van ons werk. [/55e2] Maar tevens de zwaarte daarvan. Want telkens weer blijkt, dat de rijkdom van de Schrift ook op deze wijze zelfs nog bij benadering niet is verwerkt.

Onze taak ligt dus op niet-kerkelijk terrein en draagt "toch" een Christelijk karakter.

Daarmee is zij natuurlijk veroordeeld voor hen, die een georganiseerde actie van Christenen slechts waarderen zolang zij "kerkewerk" wil zijn. Tegenover deze visie zij ook hier met nadruk geponeerd, dat enerzijds de kerk het geloof heeft te versterken en dus niet aan wetenschap dient te doen en anderzijds tal van Christelijke organisaties, al dragen deze een niet-kerkelijk karakter, indirect, door het stimuleren van de activiteit van haar leden op velerlei gebied, voor de kerken tot grote zegen zijn.

Het in het oog houden van eigen taak heeft bovendien dat voor, dat bij de Christelijke organisaties de grenzen anders liggen dan bij de kerken. Vandaar dat ook bij onze Stichting zowel in hare leidinggevende Colleges—Bestuur en Curatorium—als in de kring van haar begunstigers en donateurs leden van zeer verschillende kerkformaties hartelijk samenwerken.

Maar het "inter-kerkelijk" karakter van onze actie komt toch niet alleen hierin uit. Want wat de Stichting mede beoogt is aan heel de Gereformeerde gezindte duidelijk te maken, dat de verscheurdheid, door welke zij langzamerhand de risee van het Koninkrijk Gods dreigt te worden, wortelt in de doorwerking van allerlei synthese uit vroeger tijd, die soms lijnrecht tegen de geest van het Calvinisme indruist. Zo kan de ontplooiing van ons werk mede dienstbaar zijn aan de hereniging van wat zich niet maar Gereformeerd moemt, doch dit ook werkelijk is. [55e2//]