[/60g]
EEN WijZIGING IN HET WETENSCHAPPELijK SECRETARIAAT
Omstreeks 1953 won in onze kring het inzicht veld, dat wilde het werk der leidende colleges van Vereniging en Stichting niet stagneren, een of andere schakel nodig was. Want tal van werkzaamheden, aanvankelijk door de bestuursleden van beide organisaties verricht, vroegen bij de geregelde uitbreiding van hun taak al te veel tijd en kwamen daardoor min of meer in het gedrang. Blijkbaar ontbrak er een passend orgaan voor deze onderdelen van ons werk.
Het volgend jaar wist het bestuur der Stichting in deze behoefte te voorzien door het creëren van een nieuwe post, onder de naam "wetenschappelijk secretariaat."
Een dergelijk plan laat zich echter wel uitdenken, maar de mogelijkheid het ook te realiseren, is daarmede allerminst verzekerd. Juist toen echter werd onze aandacht gevestigd op Drs. C. Groen, die, aangezocht voor dit werk, bleek het wel op zich te willen nemen.
Gemakkelijk was de taak, waarvoor hij begin 1955 kwam te staan, bepaald niet. Want dit werk zou natuurlijk slechts kunnen worden, wat hij ervan maakte. Dat betekende ook in dit geval, dat alles nog van de grond af diende te worden georganiseerd. Doch bovendien moest er een geleidelijk ontstane, maar reeds zeer omvangrijk geworden achterstand worden ingehaald.
Drs. Groen is aan de slag gegaan, bescheiden, rustig en nuchter, maar bezield door liefde voor ons werk en door inzicht in de noodzakelijkheid van dit onderdeel. Reeds spoedig merkten de betrokken instanties dan ook, dat het wetenschappelijk secretariaat er was en ook dat het zich ontwikkelde en door het inhalen van de achterstand steeds bruikbaarder werd. En dit alles werd zo gedaan, dat het geen enkel college hinderde, maar integendeel een vlotter gang van zaken bewerkstelligde.
In breder kring heeft men daarvan wienig vernomen. Bevreemden kan dit niet. Want de toestand der financiën vergde een bescheiden opzet en wat deze post beoogde was bovendien in de eerste plaats de aanvulling van een leemte in het interne werk en slechts zelden een optreden naar buiten. Dat dit werk echter naar omvang als naar resultaaat heel wat betekende wisten de insiders maar al te goed en niemand kon dit beter zien dan ondergetekende, die in verschillende functies herhaaldelijk op Drs. Groen een beroep moest doen en dan steeds hulp ontving.
Binnenkort zal in deze toestand een wijziging intreden. De heer Groen acht namelijk de tijd gekomen zich op eigen studie te concentreren en het Bestuur der Stichting moest deze begrijpelijke wens eerbiedigen en verleende deze dignitaris, zij het met leedwezen, dan ook op zijn verzoek tegen 1 januari a.s. eervol ontslag. Voor al het werk, dat hij verzette, zij hem ook van deze plaats eens hartelijk dank gezegd. Een plaatsvervanger te vinden was niet gemakkelijk. Tot dat van verschillende zijden tegelijk de naam werd genoemd van Dr. J. Stellingwerff, destijds bibliothecaris der Technische Hogeschool te Eindhoven en sindsdien in dezelfde functie overgegaan naar de Vrije Universiteit. Want toen was het ook ineens voor elkaar.
Ook de nieuwbenoemde is in onze kring lang geen vreemdeling. Velen kennen hem van de congressen der Calvinistische Studenten Beweging en uit zijn werk in de S.S.R. Vooral te Delft, waar hij zijn studie 24 juni 1959 afsloot met een proefschrift getiteld Werkelijkheid en grondmotief bij Vincent Willem van Gogh, liet hij zich nimmer onbetuigd, wanneer het er op aan kwam de beginselen der Calvinistische Wijsbegeerte te verdedigen en ook in het Studium Generale der Technische Hogeschool aldaar bekleedde hij een belangrijke functie.
Hem dankend voor zijn bereidwilligheid dit werk over te nemen, wens ik hem toe, dat het hem moge bevredigen en onder zijn leiding, wanneer de financiën wat breder armslag straks mogelijk zouden maken, nog aan betekenis moge winnen. [60g//]