[/61b]
BUITENLAND-AMERIKA
Van de geestverwanten in de verte vragen ditmaal die in het westen de aandacht. Uiteraard niet, omdat ik deze zomer met mijn vrouw het genoegen mocht hebben hun inspanning meer van nabij te leren kennen, maar wijl hun werk de laatste jaren belangrijke vorderingen blijkt te maken.
Indertijd, bij de promotie van Runner, april 1951, wees ik er reeds op, dat de toen zojuist gecreërde doctor naar Nederland was gekomen, niet slechts om een graad te halen, maar ook om kennis te nemen van het christelijk organisatiewezen hier te lande, met het plan in zijn vaderland met de hier gedurende meer dan een eeuw op dit gebied verkregen ervaring winst te doen.
Aan dit program is Runner trouw gebleven. Aan het Calvin College te Grand Rapids benoemd, stichtte hij de Groen van Prinsterer club, die de wijsbegeerte zeker niet verwaarloosde, maar toch mede ten doel had de gereformeerde gezindte ginds in de toekomst van goede krachten te voorzien.
Ofschoon hij van meetaan bij een aantal enthousiaste studenten weerklank vond, scheen zijn pogen voor breder kring aanvankelijk vruchteloos: waren er onder de uit Nederland geëmigreerden zelfs niet predikanten die het hier geleerde als uitsluitend voor Nederland bruikbaar ginds rustig aan de kapstok hingen? En wat dan te verwachten van de schapen, wanneer de "herders" op deze wijze leiding geven?
Gelukkig is echter op dit punt de laatste jaren een verandering ten goede ingetreden. Zo was het in 1959 mogelijk voor de eerste maal een studentenconferentie te beleggen. En met ongedacht succes; terwijl men in Unionville hooguit 30 man verwachtte, verschenen er 65! Een jaar geleden was dit aantal tot 130 en deze zomer tot 215 gegroeid!
Achter deze studentenbeweging ontwikkelde zich intussen een organisatie die meer beoogde dan samenkomsten gedurende enkele zomerse dagen. In 1960 kon een voorlopige beslissing in deze richting vallen, die dit jaar haar bekrachtiging ontving. Beoogd wordt te komen tot oprichting van een bezinningscentrum, dat voorlopig het midden zal moeten houden tussen een lichaam, als we hier te lande in de Kuyperstichting bezitten en een wijsgerig instituut, maar mettertijd, wanneer de financiën en het aantal der beschikbare krachten dit toelaten, wel eens kon uitgroeien tot een zusterinstelling der Vrije Universiteit in Angelsaksisch gebied.
Natuurlijk zou een degeijk streven, hoe goed ook bedoeld, vrijwel zonder uitzicht zijn, indien de geestelijke situatie buiten het wetenschappelijk erf niet daarom vroeg. Maar ook hier zijn tekenen die hoop wekken. Want in de Verenigde Staten bleek een wetsontwerp dat allen aan "neutrale" inrichtingen van onderwijs subsidie wilde verstrekken geen kans te hebben en in Canada werden de eerste symptomen van verzet tegen het monopolistisch karakter der Unions openbaar. Zo schijnt ginds zowel op politiek als op sociaal gebied de tijd voor de christelijke actie aanstaande, die straks vanzelf goed onderlegde leiders zal behoeven.
Een volgende maal iets over de grondslag en over het credeo van deze Association. [61b/]