[/62a]

BUITENLAND-AMERIKA

In het vorige nummer van ons blad mocht ik melding maken van een beweging in de Verenigde Staten en Canada, die zich niet tevreden stelt met het beleggen van een jaarlijks weerkerende studieconferentie, maar ook beoogt de wetenschappelijke studie in reformatorische geest te hulp te komen.

Thans iets over de grondslag en het credo dezer organisatie, zoals een en ander in haar Statuten is geformuleerd.

Bij de weergave volg ik de Nederlandse vertaling.

Preambule

In het ootmoedig besef van onze afhankelijkheid van de drieënige God, Die alle schepselen Hem ter ere tot aanzijn riep en de mensen na hun overtreding van Zijn wet Zijn vergevende liefde predikte, ons ten volle geopenbaard in het zenden van Zijn Zoon, verenigen wij ons, in dankbaarheid voor Zijn overdiende gunst en overeenkomstig Zijn eis onszelf in alle dingen aan Hem te wijden, om, naar de beginselen en regelingen in deze statuten vervat, te komen tot de oprichting van een vereniging ter bevordering van de wetenschap, die zich laat leiden door Zijn Woord. Daartoe smeken wij Hem ons nu en in de toekomst genadig de mensen te willen schenken, die door bijzondere gaven van hart en hoofd tot deze taak toegerust zijn, alsook de middelen om het tot dit werk in staat te stellen, en onze vereniging bijvend te willen zegenen tot Zijn eer en tot heil van Zijn volk, inzonderheid in Canada en in de Verenigde Staten van Amerika, opdat het zo tot zegen moge zijn voor deze landen en al hun inwoners.

Naam

De naam van deze vereniging is: THE ASSOCIATION FOR REFORMED SCIENTIFIC STUDIES.

Artikel 1. Doel

De vereniging stelt zich ten doel mannen en vrouwen toe te rusten om het Woord Gods in al zijn kracht tot geldigheid te brengen voor geheel het leven met inbegrip van elke sfeer der menselijke activiteit. Ter bereiking van dit doel zal de vereniging wetenschappelijk werk bevorderen door de oprichting, het besturen en de uitbouw van een universiteit alsmede door het organiseren en ondersteunen van zulke werkzaamheden, als de wetenschap dienen.

Artikel 2. Nadere positivering

Gelovenden, dat ons in de Heilige Schrift zekere grondbeginselen geopenbaard zijn, mede voor wetenschap en onderwijs van het hoogste belang, belijden wij:

Leven. dat het menselijk leven in zijn geheel religie is. Daardoor blijkt ook alle wetenschappelijke arbeid dienst te zijn òf van de enige en waarachtige God òf van een afgod.

Heilige Schrift. dat de Heilige Schrift, het geschreven Woord Gods, in haar onderwijzing omtrent God, onszelf en de structuur van al het geschapene die integrale en actieve kracht is, door welke de Heilige Geest ons verbindt met de Christus, Die de Waarheid is en het Licht.

Christus. dat de Christus der Schriften, het vleesgeworden Woord Gods, geheel ons leven, en dus ook ons wetenschappelijk denken, verlost en vernieuwt.

De realiteit. dat het wezen of hart van alle geschapen werkelijkheid ligt in de verbondsgemeenschap van de mens met God in Christus.

Kennis. dat echte kennis mogelijk wordt door de ware religie en ontspringt aan de kennende werkzaamheid van het menselijk hart, voorzover deze plaats vindt bij het licht van Gods Woord. Zo vervult de religie haar centrale rol in het ordenend verstaan zowel van onze dagelijkse ervaring als van onze wetenschappelijke arbeid.

Wetenschap. a. dat de toegewijde beoefening van de wetenschap door een kring van gestverwante werkers van essentieel belang is voor het gehoorzaam en dankbaar antwoord geven van Gods volk op het cultuurmandaat. Het is namelijk hun taak een theoretische uiteenzetting te geven van de structuur der geschapen dingen en aldus een bijdrage te leveren tot een meer doeltreffende ordening van de dagelijkse ervaring der gehele samenleving.

b. dat, krachtens Gods genadige instandhouding van de schepping na de zondeval, ook mensen die het Woord Gods als leidend beginsel voor het leven verwerpen, wel menige waardevolle bijdrage tot de kennis van de werkelijkheid leveren, maar dat de centrale en in wezen religieuze tegenstelling desondanks altijd blijft bestaan. Derhalve verwerpen wij het geoorloofde ener synthese van het door de Heilige Schrift geleide denken met elk anders gericht denksysteem.

Academische vrijheid. dat alle wetenschappelijke arbeid ondernomen dient te worden in de door God gegeven vrijheid ener totale en vrijwillige onderwerping aan de Woordopenbaring van God en aan Zijn wetten, die het menselijk leven beheersen. Deze vrijheid in verantwoordelijkheid bij de beoefenaar van de wetenschap dient beschermd te worden tegen elke overheersing of dwang door kerk, staat, industrie of enige andere samenlevingsvorm.

Samenvatting. dat alle wetenschap, beoefend in getrouwe gehoorzaamheid aan de opdracht van Godswege, zich zal laten leiden door de norm va Zijn Woord, Zijn wet zal erkennen waaraan al het geschapene in elk opzicht onderworpen is, en zich zal buigen voor het koningschap van de Christus, dat zich ook over alle theoretische arbeid uitstrekt.

Onze bede en beste wensen voor het slagen van dit dappere geestverwante pogen aan gene zijde van de Atlantische Oceaan! [62a//]