door drs. K. van der Zwaag
VU-hoogleraar Prof. dr. J. Klapwijk was jarenlang assistent en naderhand ook wetenschappelijk medewerker van Vollenhoven, totdat deze in 1963 met emeritaat ging. Klapwijk herinnert zich Vollenhoven als een "ontzettend beminnelijk mens", iemand die nooit de polemiek of het conflict zocht, maar altijd positief wilde werken, iemand ook die altijd aandacht had voor zijn studenten, vooral voor hen die tussen wal en schip dreigden te komen. Ook herinnert hij zich de "glorieuze tijden" van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte onder het voorzitterschap van Vollenhoven: "Tijdens de jaarvergaderingen was de grote zaal van het American Hotel te Amsterdam tot de nok toe vol."
"Dooyeweerd en Vollenhoven waren twee filosofische zwaargewichten", zo stelt prof. Klapwijk." Zij hadden beiden een uitgebreide kennis van zowel de systematische wijsbegeerte als de geschiedenis der wijsbegeerte. Zij stonden duidelijk boven de stof die zij doceerden. Zij torenden ook hoog uit boven een toegewijde kring van medestanders en volgelingen. De Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte heeft zich van meetaf rijk geweten met mensen van dit kaliber.
Aan de Vereniging voltrok zich echter de wet van de remmende voorsprong. Decennia lang was het ontzettend moeilijk om onder medestanders en leerlingen een goede discussie los te krijgen. De beide filosofen waren te veel het lichtende voorbeeld. Huns ondanks overschaduwden deze twee meesters door hun grote kundigheid de creativiteit van een komende generatie van christen-filosofen."
Wat vindt u het eigene van Vollenhoven in vergelijking met Dooyeweerds positie?
"Ik zal me tot enkele hoofdpunten beperken. In de eerste plaats valt op dat bij Vollenhoven de zijnsleer, d.w.z. de wijsgerige bezinning op de door God geschapen werkelijkheid, voorop staat. Het kennen komt bij hem, als onderdeel van het zijn, pas op de tweede plaats. Dat is het tegendeel van Dooyeweerds benadering, die de kritiek van het theoretische denken, een typisch item van de kennistheorie, vooropstelt. Een tweede punt is dat Dooyeweerd zich richtte op de vooronderstellingen van het theoretische denken om op kritisch-christelijke wijze in discussie te kunnen treden met andersdenkenden. Het christelijke geloof motiveerde Vollenhoven in een geheel andere richting. Bij hem stond niet de discussie met anderen centraal, maar verdieping van inzicht van het gereformeerde volk. Je kunt ook zeggen, het ging hem om de doorwerking van het calvinisme in de filosofie.
Weer een ander verschilpunt hangt hiermee samen. Voor Vollenhoven was een christen-filosoof iemand die zich baseerde op wat hij noemde "natuur en Schriftuur", de empirische werkelijkheid en de Heilige Schrift. Beide bronnen waren nodig bij de wijsgerige bestudering van deze werkelijkheid. De Bijbel inspireert niet alleen, de Bijbel informeert ook, bijvoorbeeld over het bestaan van de hemel als onderdeel van de geschapen werkelijkheid. Lees Genesis 1. Bij Dooyeweerd was een rechtstreeks beroep op de Schrift niet gebruikelijk. Hij zei eens tegen mij dat hij achteraf vond dat hij zich in de Wijsbegeerte der wetsidee nog teveel op bijbelteksten had beroepen. Zoiets zou zijns inziens alleen maar een gemakkelijk aangrijpingspunt voor een aanval van theologen kunnen geven. Een beroep op de Schrift in een wetenschappelijk betoog, zoals je bij Vollenhoven tegenkomt, zou Dooyeweerd theologie noemen. Vollenhoven had daarentegen de overtuiging dat een christelijke filosofie het recht tot Schriftbewijs nooit uit handen moet geven. Vollenhoven kon daarom ook vaak een andere snaar doen trillen bij de mensen dan Dooyeweerd.
Nog een punt is dat Vollenhoven heel de mens als tijdelijk zag. Ook de diepste eenheid van de mens, het hart, zou in de tijd begrepen zijn. Dus keerde hij zich tegen Dooyeweerds leer van de "boventijdelijkheid" van het hart. Vollenhoven ging er van uit dat de mens in het hart een band heeft met God - daar is het centrum van de religie - maar religie is wel in de tijd begrepen: heel de mens, met zijn hart en zijn religieuze betrokkenheid op God. Dus gaf Vollenhoven een filosofische verhandeling over de verbondsgeschiedenis, over hoe God van meetaf met de geschapen mens is omgegaan, waarbij het verbond vanaf Adam steeds weer een andere gestalte verkreeg. Religie is m.a.w. in de tijd begrepen, ook wat betreft de enkele mens. Zo vaak er ergens ter wereld een mens tot bekering komt, dan speelt deze bekering zich toch af in de tijd? Op een bepaald moment in de tijd wordt het hart van de mens veranderd. Goddank!"
U ziet Vollenhoven vooral als iemand die het calvinisme wilde uitbouwen?
"Ja. Reeds bij Groen en Kuyper zie je een soort neocalvinistische reformatie of Reveil. De beweging van het calvinisme, die in de eeuw van de Reformatie zoveel betekend had voor kerk, theologie en staatkunde, bleek ook van belang voor een christelijke visie op maatschappij en wetenschap. Maar een christelijke visie op de wijsbegeerte ontbrak vooralsnog. Die heeft Kuyper zelf niet meer kunnen realiseren. Vollenhoven heeft zich heel zijn leven tot taak gerekend in die richting vruchtbaar te zijn."
Vollenhoven pleitte nadrukkelijk voor een reformatie van de wijsbegeerte. Is hij daarin geslaagd?
"Die reformatie was inderdaad een heel belangrijk punt bij hem. Reformatie van de wijsbegeerte stond bij hem tegenover een andere benadering onder christendenkers, die van de synthese in de filosofie, en die vond Vollenhoven heel erg. Synthese betekent dat er een compromis gesloten wordt tussen het Schriftuurlijk geloof en het pagane denken. Dat compromis heeft volgens Vollenhoven heel de geschiedenis van de kerk gestempeld. Alle ketterijen en tweedracht in de kerkgeschiedenis waren z.i. door synthese veroorzaakt, door de invloed van wat men nu ideologieën zou noemen. Daardoor werd Christus' kerk telkens opnieuw bij de Schrift vandaan getrokken in de meest uiteenlopende richtingen."
Een reformatie van de filosofie zou dus zuiverend voor de kerk werken?
"Dat zou je zeker zo kunnen zeggen. Een reformatie zou de vloek van de verzwagering met het wereldse denken kunnen uitbannen en zo de ware eenheid van de kerk ten goede komen."
Betekent dat toch ook niet een overschatting van de filosofie, boven bijvoorbeeld de theologie?
"Vollenhoven kon zich op Paulus beroepen inzake het gevaar van de filosofie voor de gemeente van Christus. De Schriftuurlijke wijsbegeerte was zijns inziens tweeledig: uitbouw van het gereformeerde leven - doorwerking van calvinisme in wetenschap en wijsbegeerte - en in de tweede plaats kritisch, ontmaskering van de synthese. In zijn Isagogie zegt Vollenhoven dat christelijke filosofie thetisch en kritisch moet zijn. Vollenhoven had ook theologie gestudeerd, had groot respect voor de theologie, vooral voor de theologische zienswijze van ds. S. G. de Graaf. Maar hij zag steeds weer dat de synthese de theologie binnensloop. Steeds weer zag hij, ook in de strijd tussen Kampen en de Vrije Universiteit, ook in het conflict tussen synodalen en vrijgemaakten, dat theologen vaak onbewust een compromis sluiten met antiek-heidense of modern-humanistische denkschema's. Het calvinisme betekende voor hem een Schriftuurlijk doordringen, een reformatie van het denken, ook van de wetenschap."
Is hij daarin geslaagd?
"Het is niet in die termen uit te drukken. Wat Vollenhoven deed, was simpelweg het ijveren voor een doorgaande reformatie. Vollenhoven heeft erg belangrijke aanzetten gegeven door te laten zien dat de Heilige Schrift richtinggevend is voor heel het filosofisch ondernemen, en dat wij als filosofen geen leentjebuur behoeven te spelen bij Aristoteles, Kant, Marx, Sartre of welke filosofische modestroming dan ook."
Hoe komt het dat Vollenhoven veel minder op de voorgrond trad dan Dooyeweerd?
"Trad hij minder op de voorgrond? In kerkelijke kringen en ook aan de Vrije Universiteit was Vollenhoven in zijn tijd minstens zo bekend als Dooyeweerd. Vergeet niet dat Vollenhoven bijna dertig jaar lang voorzitter was van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte. Vergeet niet dat hij bijna veertig jaar Inleiding in de filosofie doceerde voor alle studenten aan de VU, terwijl Dooyeweerd alleen de juridische studenten bereikte.
Wel heeft Vollenhovens invloed stagnatie ondervonden doordat hij niet sterk was in publiciteit en presentatie. Het is heel jammer dat Vollenhoven zozeer gedreven werd door het wijsgerig onderzoek zelf, dat hij aan publiceren nauwelijks toekwam. En wat hij publiceerde was dikwijls een resume van zijn meest recente "vondsten" in de geschiedenis der wijsbegeerte, vondsten die vaak nogal voorlopig waren en gestempeld door zijn specifieke "probleem-historische" methode. Heel weinig gunde Vollenhoven zich de tijd om zijn eigen systematische grondovertuigingen voor een bredere kring van lezers uit te werken. Zo volstond hij ermee om elk jaar opnieuw een uitgave van zijn Isagogie, nota bene in stencilvorm, te verzorgen, terwijl de tekst door de jaren heen nauwelijks werd bijgewerkt. En dan te bedenken dat deze Isagogie in feite als zijn systematische hoofdwerk moet worden aangemerkt."
De probleem-historische methode van Vollenhoven heeft echter voor velen een barriere opgeroepen.
"Dat is jammer geweest. Velen buiten de kring van de calvinistische wijsbegeerte hebben Vollenhoven als systematicus en historicus niet uit elkaar gehaald en gezegd als zou "Vollenhoven de werkelijkheid in hokjes indelen". Hij heeft daarentegen als historicus de verschillende filosofische concepties in hokjes ondergebracht. Velen heeft dit afgeschrikt maar hij wilde de geschiedenis van de wijsbegeerte op deze manier in kaart brengen. Vollenhoven heeft er ontzettend veel van verwacht, omdat hij wist hoe bedreigend niet-christelijke filosofieën voor de kerk waren; daarom wilde hij ze zo scherp in het vizier krijgen. De probleem-historische benadering is een aprioristische benadering, maar heuristisch heeft Vollenhoven op dit punt ons inderdaad iets te bieden. Zo weerlegde hij bijvoorbeeld het standpunt dat Aristoteles pas in de Middeleeuwen ontdekt zou zijn. Volgens Vollenhoven vertegenwoordigde Aristoteles een bepaald type en dat kwam hij tegen bij de Monarchianen in de eerste eeuwen na Christus. Mijn belangrijkste bezwaar tegen deze methode is wel dat zij vertrekt van het inzicht als zouden in heel de geschiedenis sommige inzichten constant en andere variabel zijn. Ik denk dat met de geschiedenis de problemen en ook de antwoorden van mensen geleidelijk verschuiven."
Kan men zeggen dat Vollenhoven actueler is dan pakweg twintig jaar geleden?
"Ja, er zijn bepaalde ontwikkelingen gaande waardoor men het belang van Vollenhoven toch weer beter leert verstaan. Ik denk in de eerste plaats aan de vraag welke betekenis de Bijbel voor de filosofie heeft. De vraag naar de plaats van de Bijbel en naar de verhouding van filosofie en theologie is in elk geval binnen de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte weer volop actueel.
Ik noem in de tweede plaats de zijnsleer. Ook de zijnsleer krijgt veel meer aandacht in de huidige filosofische discussies dan voorheen, vooral in de vorm die Vollenhoven nastreefde: een wijsgerige analyse van de dagelijkse leefwereld. Dooyeweerds transcendentale kritiek van het theoretische denken heeft daarentegen haar tijd gehad, althans als aanknopingspunt voor een dialoog met andersdenkenden, want die anderen vragen zich af: Wat is 'het' theoretische denken? De wetenschap werkt immers met zoveel paradigma's.
Ik noem in de derde en laatste plaats de kwestie van antithese en synthese. Deze Vollenhoviaanse thematiek komt breedvoerig aan de orde in een Engelstalige bundel met vele medewerkers: Bringing into Captivity every Thought (1991). Zo wordt in dankbaarheid verder gewerkt in de geest van deze eminente geleerde."