[/Laatste]

[/DATED DECEMBER 20, 1973 FROM VOLLENHOVEN'S LAATSTE WERK BRIL P.121]

Wijsgerige bezinning vergt m.i. primair niet de ordening van de wetenschappen naar haar modaliteiten, maar veel simpeler, die van de menselijke functies. Onder deze functies nu speelt ook m.i. het pisteutische een belangrijke rol. Volgt daaruit echter dat ze bovenaan heet te staan? Aan de orde is hier m.i. dan ook niet een idealistische theologie met een m.i. dubieuze transcendentale kennis maar een analyse van het kinderlijke geloven. En dit staat in het mensenleven daar waar een mens zich voor het eerst bewust is van zijn relatie tot de beloften van God. Maar dan zal men de pistische functie historisch aan het begin van de geschiedenis van de mensheid en het individuele leven in de prille jeugd hebben te plaatsen. Want dan reeds valt bij velen de beslissing tussen goed en kwaad in de zin van tussen (Christ)geloof of ongeloof. En deze keuze draagt o.e. ons werk op politiek, sociaal en wetenschappelijk werk op later leeftijd.