>> home >> agenda >> Vollenhoven

DE REUS EN HET KIND

Hiernaast is Vollenhoven aan het woord, filosoof aan de Vrije Universiteit, oprichter en vele jaren voorzitter van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte.
Tegen Vollenhoven zag menigeen op als tegen een reus, een denkreus. Schreed hij niet als met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis der wijsbegeerte? Ontwierp hij zo niet een schier onoverzienbare filosofische stafkaart? Ook wie hem in de gigantische krachttoer dacht te kunnen volgen, placht halverwege naar adem te happen.
Maar Vollenhoven, de reus, had ook iets van een kind. Hoezeer professor, toch was hij de eenvoud zelf, ongekunsteld en ongecompliceerd. Hij stond vlakbij zijn mensen, zijn studenten, zijn geestverwanten. Hij volgde wie hem vaak niet volgen konden.
Kinderlijk eenvoudig kon hij ook uiteenzetten, waarop het stond met de 'calvinistische filosofie'. Getuige zijn befaamde openingsrede bij de oprichting van de Vereniging op 14 december 1935. Dankbaar gewaagt Vollenhoven hier van wat zovelen samenbracht: 'iets heerlijks'.
Let echter op! Vollenhoven toont zich niet verlekkerd op het snoepje dat filosofie heet. Zelfs de calvinistische wijsbegeerte neemt hij niet voor in de mond. Kom daar elders eens om. Hier heb je nota bene een wijsgeer die zijn wijsbegeerte niet 'nummer één' wil noemen. Die de hooggeroemde philosophia prima met blijdschap een beentje licht.
Vanwaar deze houding? Niet aan de wijsbegeerte maar aan het Woord had deze filosoof zijn hart verpand. Simpelweg placht hij te zeggen: God kun je vertrouwen en mag je aanspreken op Zijn Woord. Alle wijsbegeerte is glibberig. Het Woord gaat aan de wijsbegeerte vooraf. En dit Woord is vast.
Dus heeft de wijsbegeerte de wijsheid niet in pacht. Wijsbegeerte is begeerte-naar-wijsheid, niet minder, ook niet meer. Geen wijsgeer kan deze begeerte uit eigen voorraad bevredigen. Of hij verkoopt knollen voor citroenen.
Mensen tasten naar wijsheid en stellen hun vragen. Wie is God? Wat is de mens? Waarheen is de wereldgeschiedenis onderweg? De filosofie brengt zulke vragen wellicht op wetenschappelijk niveau. Maar het Woord alleen geeft antwoord. Aan wie maar gelooft, geleerd of ongeletterd, groot of klein.
Staat er in het boek der Spreuken niet geschreven: De vreze des Heren is het begin der wijsheid?
Ik ga een beetje begrijpen waarom Vollenhoven, de grote geleerde, in zijn hart altijd een kind gebleven is.

Uit: Jacob Klapwijk, Kijken naar kopstukken. Amsterdam: Buijten en Schipperheijn 1987. Tekening: Peter van Midden.

Vollenhoven aan het woord

Email SRW